READING

Zes jaar

Zes jaar

Ik kijk naar haar terwijl ze ligt te slapen. Haar mond een beetje open, zachte snurkgeluidjes. In haar rechterhand één van haar haasjes, de ander ligt verdwaald op het kussen. Het liefst wil ik haar even aanraken. Mijn hand op haar wang, een zachte kus op haar voorhoofd. Mijn arm om haar heen, even bij haar zijn. Nog eventjes maar.

Zes jaar is ze geworden. Groot, maar ook zo klein. Als ze daar ligt te slapen, is ze weer het kleine meisje. Ik zie haar voor me als peuter, of zelfs als baby. Ik herinner me de eerste keer dat ik haar zag, hoe ik haar vastpakte, haar alleen maar tegen me aan wilde houden, hoe mijn hart ontplofte van liefde. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze zou zijn als ze ouder wordt, als meisje van twee, van vier en zelfs als meisje van zes. Nooit kon ik bedenken dat ze zou worden wie ze is, zo vol liefde en vol fantasie. Haar kleine, compacte lijfje en haar volle blonde haar. Hoe ze me met haar grote ogen kan aan kijken, zeker als ze iets ‘echt, maar mama, echt heel erg graag wil’ en hoe het voelt als ze tegen me aan kruipt op de bank.

Soms praten we over wat ze later worden wil. Juf, misschien. Maar ook paardrijder, dierenarts en koaladokter. Ze wil op een manege wonen, met alle dieren van de wereld én een grote zus. Maar voor nu is ons huisje met Fendi ook wel fijn, zegt ze dan. Met de poppetjes spelen we dat het een kinderfeestje is, dat ze eigenlijk hun familie weer terugvinden, dat ze ruzie met elkaar maken maar het uiteindelijk ook altijd weer goed maken. Soms spelen we dagen achter elkaar een toneelstuk: ‘en jij bent dan drie jaar en heet Janna en ik ben dan jouw mama en ik ben negenentwintig en we wonen op een boerderij en we hebben alle dieren die we maar willen en ik moet zo wel even de zeehonden voeren’.

In de avond leest ze ons voor uit boekjes die gaan over Rik, over Daan en Lor. Ze wil maar door gaan, altijd twee bladzijdes en als het even kan doen we er nog eentje bij. Het liefst slaapt ze samen met mij: twee matrassen op de grond, onder haar hoogslaper, dicht tegen elkaar. Haar kussen tegen dat van mij en allebei op onze zij zodat we naar elkaar kunnen kijken. Soms voel ik ineens een handje op mijn wang, soms voel ik ineens dat warme lijfje tegen me aan. Het liefst wil ze nog even praten, altijd nog even praten: over haar verjaardag, het kinderfeestje, het speelgoed waar ik vroeger mee speelde, over dat we naar een hotel gaan met een glijbaan en een zwembad en soms ook over hoe het gaat. Hoe ze zich voelt, waar ze over droomt.

Soms zingen we de raarste liedjes die nergens over gaan. In een verzonnen taal. We fluisteren, we tikken met onze tong, slaan vorken tegen borden en schudden met onze billen wanneer het maar kan. Als we samen in bad zitten, voeren we operaties uit op bruisballen: met het spuitje van de dierenarts zorgt Jula ervoor dat ze ieder kwaaltje weg kan nemen. De douchekop is de telefoon en soms wordt er ineens gebeld, vaak is het voor Jula en gaat het over haar paarden, de zeehonden of een andere crisis die opgelost moet worden. Zij is de dokter, ik ben de assistent en samen regelen we het wel. Het komt altijd, maar dan ook altijd, goed.

Ze neemt de tijd voor alles wat ze doet. Vergeet soms waar ze mee bezig is omdat ze ineens helemaal opgaat in iets anders. Soms moppert ze, dramt ze, wil ze haar zin krijgen. Soms mopper ik, dram ik, wil ik mijn zin krijgen. We hebben afgesproken dat we het dan tegen elkaar zeggen en zo hoor ik wel eens, als ik in de ochtend veel te gehaast ben en tegen haar zeur dat ze op moet schieten dat ‘je dat ook lief kan zeggen, mama’.

Ze houdt er van als dingen anders gaan dan normaal. Als we iets doen wat eigenlijk niet mag, als we weer iets raars hebben gedaan, als we veel te veel gewinkeld hebben of iets belangrijks zijn vergeten. Dan worden haar ogen steeds groter, kijkt ze me aan met het meest gelukkige gezicht dat ik maar ken en schaterlacht ze zoals alleen meisjes van zes jaar dat kunnen doen. En, als we dan ’s avonds in bed liggen, zegt ze: ‘mam, weet je nog van vanmiddag?’ terwijl ze zachtjes begint te giechelen. Soms zou ze al wel groter willen zijn. Acht jaar, bijvoorbeeld, of negen. Of naar de middelbare school willen gaan. Verhalen kunnen schrijven, nog beter kunnen turnen, een eigen paard hebben. En een telefoon, want zo gaat dat.

Hoe kan het, vraag ik me soms af, hoe kan het dat ik zoveel van mijzelf herken in dit kleine meisje? Ze heeft niet in mijn buik gezeten, ze draagt niet de helft van mijn genen. Als ik haar zie spelen met al haar kleine paarden, zie ik mijzelf zitten. Als ik zie hoe ze opgaat in een verhaal of een toneelstukje, weet ik weer hoe ik mij voelde als meisje van zes dat zich helemaal kon verliezen in haar fantasie. Als ik hoor wat ze vraagt of waar ze over nadenkt, herken ik de gevoeligheid en de verwondering. Is het dan al die liefde? Of is het de tijd?

Ze is zes. Zes jaar. Het leven met haar is een feestje, het is meer dan ik ooit had durven dromen en het is alles. Altijd alles.


  1. Kelly

    25 november

    Wat een mooi stukje, de liefde spat er vanaf.
    Ik heb ook een kind die mijn genen niet deelt, maar ik voed hem al vanaf 9 maanden oud mede op en denk dat nurture een hele grote rol speelt. En soms ook gewoon wat we willen zien en dat is ook prima :-).

  2. Audrey

    25 november

    Prachtig <3 Gefeliciteerd met Jula!

  3. Wat een mooi stukje! Gefeliciteerd 🙂

  4. Hoera voor jullie!

  5. Hester

    26 november

    Ahhh ❤️ Elkaar écht kennen en gekend worden door iemand is toch eigenlijk een van de mooiste dingen en ik weet zeker dat Jula zich gekend en geliefd voelt.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.