Wat ik leerde tijdens het schrijven van mijn boek

Toen ik in groep zes zat was ik een stil, verlegen meisje dat het liefst met haar pen en een schrift in een hoekje ergens zat te schrijven. Hele verhalen verzon ik – soms twijfelde ik wel eens of wat ik schreef ook waarheid kon worden als ik er maar genoeg op hoopte. Vaak gingen die verhalen over een meisje van mijn leeftijd dat minder verlegen en stil was en veel meer avonturen meemaakte dan ik deed. Mijn grootste droom was om ooit een boek te schrijven. In de jaren daarna deed ik vaak een poging om te beginnen aan een boek. Ik zorgde voor de perfecte omstandigheden (telefoon uit, kaarsjes aan, zachte muziek op de achtergrond) en zat dan klaar om te beginnen aan mijn roman. Na één pagina stopte ik vaak om vervolgens nooit meer verder te schrijven. Op de één of andere manier lukte het me niet om te blijven schrijven.

De droom om ooit een boek te schrijven, bleef. Maar de plannen om het daadwerkelijk te doen bleven uit tot halverwege vorig jaar. Een vriend vertelde dat hij een schrijfcursus zou geven en het leek me het perfecte moment om te beginnen met het schrijven van mijn roman. Dat het een liefdesverhaal moest worden wist ik meteen, maar de precieze vorm bleef nog onduidelijk tot ik voor de cursus een synopsis en een omschrijving van karakters moest schrijven. Het idee voor mijn verhaal kwam zomaar ineens tot me: ik zag het voor me, alsof het een film was. Ik wist dat dit was wat ik zou moeten schrijven en vertelde er enthousiast over aan anderen. Daar ging het een beetje mis. Voor mij was het te vroeg om het al te delen. Ik merkte dat de vragen en opmerkingen van anderen me niet inspireerden, maar juist aan het twijfelen brachten. Schrijf ik wel het goede verhaal? Is dit wel wat ik wil vertellen?

Het was tijd om het eerste hoofdstuk te schrijven en ik zorgde er, net als vroeger, voor dat alles goed was om te beginnen met schrijven. Mijn hoofd was redelijk leeg (dat helpt altijd als ik wil schrijven) en ik had veel zin om eindelijk die eerste woorden op papier te zetten. De twijfel die ik eerder voelde, had ik opzij weten te zetten en vol goede moed begon ik met typen. De woorden leken mijn vingers uit te vliegen, zo snel schreef ik en stuurde ik het naar mijn medecursisten. Ik was best benieuwd naar wat ze er van zouden vinden: dit was voor het eerst dat we in aanraking zouden komen met elkaars schrijfstijl en daar feedback op zouden geven. De opmerkingen die ik kreeg zorgden ervoor dat ik het gevoel had dat ik weer wat meer richting had voor mijn verhaal, dat ik op de goede weg zat en vooral door moest blijven schrijven. Dat deed ik dus ook.

Ik bleef verder schrijven en leverde steeds netjes op tijd mijn achthonderd woorden in. Heel even had ik zelfs een echt schrijfritme te pakken. Ik begon steeds met schrijven als ik net wakker was, zo ongeveer een kwartier na het opstaan, en schreef dan vijftien minuten lang aan mijn verhaal. Klinkt misschien als weinig, maar als ik echt op dreef ben is dat genoeg voor mij om een hoofdstuk te schrijven. Om mij heen hoorde ik mijn medecursisten zeggen dat ze helemaal in de flow zaten, dat het verhaal zichzelf aan het vertellen was en dat ze niet meer konden ophouden met schrijven. Voor mij gold dat niet zo: ik moest me er echt toe zetten om te blijven schrijven en ja, dat lukte gemakkelijker door mijn ritme, maar mijn verhaal vertelde echt zichzelf niet. Het kostte me behoorlijk wat moeite om de juiste woorden te vinden en door te gaan met schrijven.

Eind 2019 was er een cursusbijeenkomst waarin ik het spoor even helemaal bijster was. Ik kreeg allerlei feedback op een bepaald aspect van mijn verhaal dat niet leidend zou moeten zijn voor mijn idee, maar dat wel leek te worden. Ik twijfelde of ik nog wel door wilde blijven schrijven, ik twijfelde waar ik de focus op moest gaan leggen, ik twijfelde of ik het überhaupt nog wel leuk vond om te schrijven en wilde eigenlijk het liefst mijn boek aan de wilgen hangen. En dus stopte ik met dat kwartiertje in de ochtend. Deed ik even net alsof er geen schrijfcursus bestond en negeerde ik mijn boek volledig. Wat ik in plaats daarvan begon te doen? Schrijven voor mijn blog. Ik merkte dat mijn schrijfenergie voor mijn blog wél aangewakkerd was, waar het voor mijn boek even niet meer aanwezig leek te zijn.

Ik merkte dat ik zo gewend was om in mijn eentje te schrijven (hier, voor mijn blog, al zo’n lange tijd), dat commentaar van anderen er bijna alleen maar voor zorgde dat er verwarring ontstond als dat in een te vroeg stadium kwam. Als de tekst een tijdje had kunnen ‘rusten’ en ik mijn gedachten er al zelf over had kunnen laten gaan, werkten de vragen en opmerkingen van anderen veel beter. Maar verse tekst? Nee, daar hoef ik nog niet per se feedback op te krijgen. Ik dacht altijd dat een vast schrijfritme voor mij niet zou werken, omdat mijn ideeën vaak ineens ontstaan en ik ze dan al meteen uitwerk. Dat bleek niet zo te zijn. Een vast schrijfritme zorgde er juist voor dat ik creatief bleef, omdat ik bleef doorgaan met schrijven en er niet te lange pauzes tussen zaten. Het deed me er weer aan denken hoe belangrijk het is – ook voor mijn blog – om een bepaalde regelmaat te hebben. Ik leerde vooral dat het schrijven van een roman echt niet aan mij besteed is: misschien is mijn idee wel goed, misschien kan ik wel goed schrijven, maar ik geniet er niet zo van als ik had verwacht. Ik kan niet ontsnappen door het schrijven, zoals ik dat door te schrijven op mijn blog wel kan.

En nu? Nu heb ik wel op mijn 20for2020-lijstje gezet dat ik mijn boek af wil maken. Dat gaat me niet lukken voor het einde van de cursus in april, maar dat hoeft ook niet. Het zou fijn zijn als ik weer een beetje schrijfritme te pakken kan krijgen en ook weer kan genieten van het schrijven aan mijn boek. Ik denk niet dat mijn boek per se gedeeld moet worden met de wereld, op welke manier dan ook, maar dat het echt voor mezelf is. En dat is prima.

4 Reacties
  • Esther
    Geplaatst op 19:59h, 14 januari Beantwoorden

    Heel herkenbaar! Ik volgde ooit een cursus column schrijven waar de feedbackrondes de ramen open gooiden waardoor mijn schrijfflow verdween. Sinds ik 5 jaar geleden kennismaakte met creatief dagboekschrijven in schrijfretraites en de cursus Luisteren naar je pen, ontdekte ik hoe weldadig het is je teksten te delen zonder dat er commentaar op gegeven wordt.
    Daarnaast: ik herken de schrijfdrang (of dwang misschien wel ;-)) en de frustratie van het niet kunnen vinden van de juiste vorm. Ken je de Morning Pages van Julia Cameron?

    • Anne
      Geplaatst op 07:53h, 15 januari Beantwoorden

      Ah ja, daar deel je natuurlijk zonder dat je commentaar krijgt. Ik vond het voorlezen toen al heel fijn, om je eigen woorden weer terug te horen. Nee, ken ik niet, behalve dan dat jij er volgens mij wel eens over hebt verteld. Ik ga even googlen ;-)

  • Annelies
    Geplaatst op 14:23h, 15 januari Beantwoorden

    Ik schrijf heel graag voor mijn blog, maar een boek schrijven zegt me helemaal niks.
    Ik denk dat het goed is om het vooral voor jezelf te doen. En dan kan je later nog kijken of je het wil delen met de buitenwereld of niet.

    • Anne
      Geplaatst op 20:14h, 15 januari Beantwoorden

      Ja, precies. Ik doe het nu voor mezelf en dat maakt het al veel meer ‘van mij’.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.