Vertrouwen deel II

Ik vraag me soms af waarom er maar vierentwintig uren in een dag zitten, terwijl ik de afgelopen weken tegelijkertijd om drie uur in de middag al dacht dat de dag wel voorbij mocht zijn. Mijn ogen vallen dicht, mijn lichaam wil slapen. Ik zou wel meer tijd willen om leuke dingen te doen, wat afleiding te zoeken, nog een beetje na te denken. Of dat laatste misschien juist niet. Soms is het fijn om een hoofd te hebben dat alle mogelijkheden wil verkennen: hier een zijweggetje, daar nog één en af en toe gewoon rechtdoor. Soms ook niet. Soms zou ik willen dat ik het even uit kon zetten, gewoon, een dagje. Om een adem te halen, tot rust te komen. Even niet bezig zijn met alles wat nog moet.

Mijn lichaam begint wat stijf te worden. Als ik in bed ga liggen, voel ik een scherpe pijn in mijn rug en mijn schouders. Mijn benauwdheid komt, zelfs na het gebruik van het extra medicijn, weer een beetje terug. Mijn ogen branden al weken en inmiddels zijn mijn ooglidranden opgezwollen, met schilfers er op. En vooral? Vooral ben ik moe. Als ik wakker word, denk ik alleen maar dat ik nog even wil slapen. Nog héél even maar. Mijn horloge vertelt me dat ik een perfecte nacht achter de rug heb, dat ik zelfs nog nooit zo’n hoge score heb behaald en ik vraag me alleen maar af hoe dat kan als ik nog steeds zo moe ben. Na een paar koppen koffie gaat het wel weer, kom ik de dag door en stort ik aan het einde van de middag weer een beetje in. Ik doe een dutje en tel vervolgens de uren af tot ik weer in bed mag gaan liggen.

Vaak kan ik lichamelijke ongemakken goed uitzetten. Negeren, net doen alsof ze er niet zijn, totdat het weer over is. De huisarts bellen? Nee, dat doe ik alleen als het écht niet meer gaat. Rust nemen? Ben ik ook niet zo goed in. Liever ga ik gewoon door. Met mijn hoofd kan ik dat niet: ik probeer het wel. Ik probeer de zorgen en gedachten opzij te schuiven, even te parkeren. Vaak lukt het maar voor eventjes en realiseer ik me na een half uur dat ik eigenlijk weer gewoon aan het piekeren ben geslagen. Vaak slaat dat over op mijn lichaam: toen ik vorig jaar verhuisde, kon ik een paar weken bijna niet lopen omdat ik zoveel pijn in mijn rug had. Stress, dus. Nu is het – denk ik – niet anders. Mijn lichaam is gespannen en lijkt geen rust te kunnen vinden, zelfs niet als ik twee uur lang doorbreng in dat fantastische roze badje met iets te warm water.

Ik wil er niet altijd over praten. Heb niet altijd behoefte aan andere meningen, nieuwe perspectieven of mogelijkheden. Dan brengt het me weer van mijn stuk, ga ik twijfelen aan of ik wel doe wat goed is, vraag ik me af of een andere weg niet een betere zou zijn. Soms is het wel fijn. Fijn om mijn hart te luchten, alles op een rijtje te zetten. Te voelen wat het met me doet als ik bepaalde dingen durf uit te spreken, soms zelfs voor het eerst. Soms helpt het om te praten zodat je ook beter kunt voelen, althans, voor mij werkt dat soms zo. Dan merk ik dat iets me veel meer raakte dan ik dacht dat het deed, of dat het om iets heel anders ging dan ik eigenlijk dacht.

Ik wil niet schrijven over wat er precies aan de hand is. Dat is niet aan mij om te delen, maar ook niet voor hier. Ik kan alleen schrijven over wat het met me doet, welke zorgen het in me oproept, welk oud zeer het raakt. Vooral dat laatste. Oud zeer. De afgelopen jaren heb ik harder dan ooit aan mijzelf gewerkt. Ik heb mezelf leren kennen, ik weet wat ik belangrijk vind. Ik heb geleerd om steeds beter voor mezelf te zorgen, mezelf te waarderen en zelfs een beetje van mezelf te houden. Niet meer zo te twijfelen aan alles: aan mijn gevoelens, aan mijn gedachten, aan of ik wel doe wat ik zou moeten doen, of het wel goed genoeg is. En daar vond ik rust in, daar voelde ik me sterk door. Ik leerde over het moederschap en hoe ik dat vorm wil geven, groeide en leerde, struikelde af en toe en durfde mezelf dat te vergeven. Dat oud zeer? Dat zit diep. Gevoed door de jaren heen, zoals dat gaat met iets dat zo diep weggestopt is. Steeds iets groter geworden, steeds iets meer bevestigd. Af en toe vergeten, af en toe verdwenen, maar altijd nog sluimerend aanwezig ergens diep onder de oppervlakte. Soms kwam het even naar boven: door bepaalde woorden, door heftige emoties, soms zelfs door een liedje. Ik leerde het te negeren, zoals ik kan negeren dat mijn lijf pijn doet of dat het moe is, door maar door te blijven gaan. Alles wat je aandacht geeft groeit, dacht ik, dus als ik dat niet doe, wordt het vast kleiner. Zo werkt het niet. En misschien is dat ook maar goed.

Soms denk ik wel eens dat moeilijkheden op je pad komen als daar ruimte voor is. Dat alles wat me nu bezighoudt en me van mijn stuk brengt, nu ook komt omdat ik daar sterk genoeg voor ben. Misschien is dat een te hoopvolle gedachte, of te zweverig. Ik weet het niet. Misschien is het juist wel zo dat ik me meer zorgen maak omdat ik me nu veel sterker voel: omdat ik voel dat het schuurt aan mijn waarden, aan wat ik belangrijk vind. Omdat ik geleerd heb voor mezelf op te komen, mezelf op waarde te schatten. Ik weet het nog steeds niet. Misschien is dat allemaal niet het geval, misschien trek ik het me nog steeds teveel aan, misschien gaat het gewoon niet zo goed met me, misschien zie ik het niet zoals het is. Misschien moet ik eens ophouden met twijfelen.

Vorige week sprak ik er over met een vriend. Hij adviseerde me het los van elkaar te zien: de zorgen die ik heb en het oud zeer dat naar boven komt. Zei me te vertrouwen op dat wat bindt, vanuit een liefdevolle gedachte. Ik realiseerde me dat het niet altijd gaat om ruimte krijgen of serieus te worden genomen, maar dat het soms ook gaat over ruimte nemen en jezelf serieus nemen. Dat het gaat over handelen vanuit dat wat goed voelt en niet vanuit dat wat pijn doet. Vanuit liefde en vanuit kracht, los van alle twijfel. Het was precies wat ik nodig had om te horen, als een soort zetje in de goede richting. Ik leek bijna vergeten te zijn wie ik ook alweer was en wat voor mij belangrijk is, alleen maar omdat ik zo in mijn hoofd zat en zo weinig in mijn hart.

Ik wil weer durven vertrouwen dat alles wel goed komt. En dat goed komen niet per se betekent dat het gaat zoals ik dat wil, maar dat het gaat zoals bij mij past. Dat ik goed voor mezelf blijf zorgen, met compassie durf te kijken naar de keuzes die ik maak en de woorden die ik uitspreek. Dat het soms loopt zoals het loopt, maar dat ik overeind blijf. Niet alles wankelt, geen twijfel aan mijzelf. Ik wil goed voor mezelf zorgen, wat dat dan ook is op dat moment: Niet te meten in het aantal kilometers dat ik hardloop per week, de uren die ik slaap per nacht of het aantal calorieën dat er in of er uit gaat, maar op gevoel. Zingen als ik dat wil, veel te lang in bad zitten als ik daar zin in heb en de longen uit mijn lijf rennen als ik denk dat dat goed voor me is. Vertrouwen op mezelf en op dat wat ik voel, denk, wil en waar ik over droom. Soms een beetje vasthouden en misschien soms ook een beetje meer loslaten.


  1. Mimi

    25 september

    Stil van. Zo mooi weer! Sterkte!

  2. Nina

    26 september

    De zachte kracht die door je woorden sijpelt… die raakt me. En die wens ik je toe wanneer je het maar nodig hebt (en die zit dus gewoon al in je). X

    • Anne

      28 september

      Ah lieve Nina, dankjewel. Precies wat ik nodig had! <3

  3. Heel, heel mooi geschreven weer Anne. Hoe ge in staat zijt om met uw woorden lezers met de voeten op de grond te zetten en zelfs “leeftempo” kunt bepalen, da’s ongelooflijk. Ik voel me schakelen tot een rustiger niveau dankzij uw tekst. Merci daarvoor, soms is dat eens nodig in de rat-race…

    Wat betreft de inhoud, heel herkenbaar weer. Hier leven ook oude zeren die soms naar boven komen terwijl ik er geen controle over heb. Dat maakt soms dat ik me teveel focus op het onder controle krijgen van al die oude zeren en daardoor minder kan handelen vanuit de dingen die me gelukkig maken. Het is een immense, dagelijkse strijd die ik enorm goed begrijp. Ik vind het fantastisch dat je het deurtje op een kiertje zet voor ons.

    Je moet zeker ook niet alles vertellen. Je doet fijn waar je je zelf goed bij voelt, en dat kan ik alleen maar toejuichen. En ge zijt supergoed bezig vind ik, want zelfs als de uitdagingen groter lijken te worden loopt ge er niet van weg. Dat bewijst ge opnieuw met deze tekst. Keep going, want meer dan dat ge het waarschijnlijk zelf beseft zijt ge voor velen een inspiratiebron. Een moedig mens, dat gehoord en gezien mag worden! Ik blijf een grote fan 🙂

    • Anne

      28 september

      Woo Robin, dankjewel voor je woorden. Wat fijn om te horen en bijzonder dat je het zo ervaart! Zoals ik je al vertelde, ben ik vaak vooral een beetje therapeutisch aan het schrijven en vraag ik me wel eens af of er ook maar iemand op mijn geratel zit te wachten ;). En ja, fijn dat je het herkent, maar ook moeilijk voor jou. Dankjewel!

  4. Saskia

    7 oktober

    Wauw, wat heb je dit mooi verwoord. Sterkte met alles! Zo te lezen gaat het vast wel goed komen, op de één of andere manier.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.