READING

Vecht met alles wat je hebt, verlies het goed

Vecht met alles wat je hebt, verlies het goed

Ik dacht dat ik er inmiddels al wel aan gewend was dat de rollen soms omgedraaid zijn. Dat ik degene ben die vertelt in plaats van luistert. Ik kan het best goed, inmiddels. In mijn hoofd zit een soort tijdlijn van alles wat er gebeurd is (inclusief plaatjes, want zo werkt mijn brein nou eenmaal) en weet ik precies te benoemen wat goed gaat en wat soms nog lastig is. Ik denk (of: dacht) dat ik inmiddels volledig geaccepteerd had wat er allemaal op die tijdlijn staat. welke labels er zijn geplakt, welke medicatie ik moet slikken, waar ik rekening mee moet houden. Dat ik niet meer – zoals vroeger wel eens – heel laat naar bed kan gaan zonder dat dat (vaak een negatief) effect heeft op mijn stemming. Dat ik er iedere avond aan moet denken om drie pillen te slikken: anders kan het weer misgaan. Een soort constante dreiging, eigenlijk.

Een paar weken geleden had ik weer zo’n gesprek waarbij ik de tijdlijn af moest gaan. De vrouw tegenover me, in mijn eigen huis, was warmer en vriendelijker dan ik had gedacht dat ze zou zijn. Ze was eigenlijk zoals ik het zelf ook deed toen ik nog haar rol had: ze luisterde, toonde begrip en erkende. Ik schetste het beeld van een paar jaar geleden, ik vertelde haar over wat er nu is. ‘Dan heb je hard gewerkt,’ zei ze. Dat kon ik alleen maar beamen, al voelt het soms nog niet zo. Ze vroeg me naar mijn doel. Wat wil ik bereiken? Waar wil ik naartoe? Wat is mijn stip op de horizon? Daar moest ik even over nadenken. De afgelopen jaren ben ik vooral bezig geweest met wat ik niet meer wilde, maar hoe het er dan uit zou moeten zien als ik daarover mocht dromen? Ik wist het niet precies.

Al vaker heb ik geschreven over mijn wens om minder of geen medicatie meer te hoeven slikken. Niet meer eens in de drie weken een bezoekje aan de psycholoog te hoeven brengen. Weer volledige uren te kunnen werken en niet afhankelijk te zijn van een instantie. Überhaupt niet meer afhankelijk te zijn van anderen of van chemische stofjes. Ik heb het rotsvaste geloof dat ik ooit weer op dat punt ga komen: dat ik (nog) beter leer om signalen te herkennen, dat ik op tijd om hulp durf te vragen, dat ik steeds beter leer hoe ik goed voor mezelf moet zorgen.

Terug naar het gesprek, terug naar mijn doel. ‘Stabiel blijven,’ antwoordde ik. Licht twijfelend voegde ik eraan toe: ‘Oké, stabiel worden, misschien.’ Ze knikte. Sprak haar waardering uit voor mijn vastberadenheid. Bewonderde mijn wens om te blijven leren, om alles te doen wat ik kan om grip te krijgen op de mentale moeilijkheden die ik kan ervaren. We concludeerden dat alle omstandigheden – mijn relatie, mijn werk, mijn ouderschap, mijn woning – goed zijn. Dat het mijn geest is die, door een iets andere bedrading, soms een beetje wankelt.

Een week na het gesprek had ik een afspraak met mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige. We zouden samen het plan nog eens doornemen. Toen we bij de formulering van het doel aankwamen, zei hij meteen dat het anders moest. ‘Decompensatie voorkomen,’ zei hij. ‘Daar gaat het om’. Ik voelde meteen het vuur in mijn lichaam branden. Vrijwel alles aan die twee woorden riep weerstand in me op. Iets blijvend moeten voorkomen is anders dan verwachten dat er een punt komt waarop dat niet meer nodig is, omdat je geleerd hebt hoe het werkt en weet wat je moet doen om stabiel te kunnen blijven. Ik deed mijn best om niet onaardig te reageren. Reflecteerde op wat er gebeurde in mijzelf, voelde dat dit groter was dan ik dacht dat het zou zijn. Misschien zijn het maar woorden, dat zou kunnen, maar het gaat om mijn leven en ook om mijn toekomst. Over verwachtingen, over dromen, over wensen. Over onafhankelijkheid.

‘Ik vind dat een beetje negatief klinken,’ zei ik uiteindelijk. We spraken er zo’n twintig minuten over. Soms een beetje verhit (ik dan), soms bijna op een verontschuldigende toon (hij). Het werd moeilijk elkaar in het midden te vinden, zoveel werd me duidelijk. Na lang wikken en wegen besloot ik me er overheen te zetten. ‘Prima dat het er staat,’ zei ik, ‘maar ik voel het gewoon anders en ik zie het anders. Maar als het hier zo moet, dan moet het zo.’ We lieten het onderwerp even rusten, ik toverde het uit mijn gedachten en probeerde me te concentreren op andere dingen. Dat lukte. Na een half uur begon het me te dagen: dit ging eigenlijk over acceptatie. Over leren accepteren dat de mentale moeilijkheden niet zullen verdwijnen uit mijn leven, ook niet als ik sterk genoeg ben. Ook niet als ik alles erover heb gelezen, alles heb geprobeerd wat er maar te proberen valt. Ook niet als ik er alles aan heb gedaan wat ik maar kan doen.

Ik dacht dat ik daar al ver in was. Ik dacht eigenlijk zelfs dat ik het al volledig had omarmd, maar des te meer ik er over nadenk, des te meer realiseer ik mij dat ik vooral heb geaccepteerd dat het een verklaring is voor de afgelopen drieëndertig jaar van mijn leven. Dat ik de periodes waarin het voelde alsof ik vloog ineens kon duiden, dat de periodes waarin ik mij alleen nog maar wilde verstoppen ineens een naam kregen. Dat ik wist waarom mijn gedachten soms zó snel gaan dat ik ze zelfs bijna niet meer bij kan houden, begrijp waarom het me moeite kost om het overzicht te houden en dat het me al die jaren heel veel moeite had gekost om me altijd maar ‘normaal’ te gedragen. Want dat was wat ik deed.

Maar die toekomst? Nee, daar stond ik niet zo bij stil. Natuurlijk heb ik mijn dromen, ook wel plannen en zelfs nog wat wilde ideeën. Maar nergens in dat toekomstbeeld hield ik rekening met het feit dat ik niet zomaar kan genezen van de stoornissen die bij mij zijn vastgesteld. Dat het er voor altijd is. Dat datgene wat ik al die jaren geprobeerd heb, namelijk normaal te zijn, misschien niet is wat de bedoeling is. Dat ik niet, zoals ik normaal graag doe, gewoon heel hard kan werken, heel hard mijn best kan doen en dat alles dan weer goed komt. Natuurlijk kan het wel goed voelen, en kunnen – zoals nu – de omstandigheden goed zijn, maar die kwetsbaarheid is er en zal er altijd blijven. In mijn hoofd hoor ik dan vooral de woorden van Spinvis uit het liedje dat getatoeëerd staat op mijn linkerarm: ‘vecht met alles wat je hebt, verlies het goed’.


  1. Deze komt hier ook wel even binnen ‘Dat ik niet, zoals ik normaal graag doe, gewoon heel hard kan werken, heel hard mijn best kan doen en dat alles dan weer goed komt.’ Dat is ook precies mijn tactiek, en die werkt voor mij helemaal niet. Of ja, tijdelijk misschien. Maar ik heb er uiteindelijk altijd mezelf mee!

    Zoveel herkenbaarheid in je hele verhaal hierover want zit precies op hetzelfde punt nu. Het besef na al die jaren dat er dingen zijn die ik moet gaan accepteren want ze horen nou eenmaal bij me. En dat is helemaal prima, maar wel anders dan bij anderen.

    Wat ik zo uit het gesprek kan halen met de verpleegkundige klinkt het alsof het best pittig was, maar dat je het zo goed hebt aangepakt! En ook de realisatie daarna dat het vooral over accepteren gaat. Dat het zo is en dat je nu je eigen handleiding kunt gaan zoeken en daarnaar kunt gaan leven, in plaats van steeds maar proberen ‘normaal’ te zijn. Dat is zo vermoeiend pff.

    Het klinkt alsof je op een punt bent gekomen waarop je fris kunt beginnen met leven als Anne en niet meer zoals anderen vinden dat je moet zijn of leven (of hoe jij vond dat dat moest van jezelf). Zo zie ik het bij mezelf maar, dan voelt het wat positiever 🙂

  2. Ooo, wat mooi geschreven weer! Ik snap je weerstand tegen die twee woorden helemaal. Jammer dat het toch zo moest…

  3. Prachtig – en ook een beetje droevig – verhaal. Wel fijn om dit van je af te schrijven, lijkt me? Ik merk zelf dat ik in vergelijking met de eerste keer dat ik bij een psycholoog over de vloer kwam (en nog heel naïef dacht “zij gaat me een paar maanden helpen en dan kan ik in mijn eentje verder”), na drie periodes van (twee)wekelijkse gesprekken nu zo onderhand iets heb van “…and counting”. 🙂 🙁 Ik wil het heel graag zelf doen, zelf oplossen, ik wil een toekomst zónder psychologische hulp of coaching ofzo, dat merk ik met mijn eigen bedrijfje ook, maar – ook al zijn er bij mij geen stoornissen vastgesteld – ik krijg steeds sterker de indruk dat ik die hulp nog héél lang nodig ga hebben. Misschien wel voor de rest van mijn leven. En daar is niks mis mee, maar het is wel flink zuur voor mijn ego. (Soms heb ik het idee dat mijn zieltje, mijn ware zelf, het minder erg vindt, of zelfs helemaal niet erg. Die blijvende kwetsbaarheid is namelijk ook gewoon een goede reden / een goed excuus om om hulp te vragen, regelmatig goede gesprekken te voeren, een sterk team om je heen te bouwen, minder oppervlakkige doelen te stellen, goed voor jezelf te zorgen, enzovoorts.)

  4. Esther

    7 juli

    Ik word heel verdrietig “dat het hier zo moet” en voel mee met jouw weerstand! Bizar blijft het dat je je doelen binnen de GGZ-hokjes moet formuleren… Ik ben kortgeleden ook in een GGZ-traject gestapt me heel bewust van ‘het spel’ waar ik aan mee ging doen. Net als voor jou (als ik het goed lees) voelt dit spel te beperkt. Wordt er inderdaad naar symptomen beheersen en controle houden gekeken en niet naar hoe te leven met het brein dat ons gegeven is. En met alles wat ikzelf als hulpverlener heb geleerd over doelen stellen verbaast het me dan ook hoe jouw SPVer een doel kan formuleren dat gericht is op iets wat je NIET wilt (iets willen voorkomen lijkt positief maar blijft gericht op iets negatiefs). Je doel zou zoals jouw inzicht later was, gericht moeten zijn op wat je JUIST WEL wilt. Hopelijk staat jouw SPVer er open voor om ook van jou te leren 😉

  5. Wat een mooi open stuk weer 🙂 Ik kan me je worsteling en weerstand heel goed voorstellen. Dat lijkt me een lastige realisatie.
    Mooi hoe je er over kunt schrijven!

  6. Wauw Anne, eindeloos respect voor je! Heel erg mooi en gedurfd weer hoe open je hierover schrijft. Ik herken veel van je gedachtengangen in mijn burn-out herstel. Maar ik kan je ook wel zeggen dat dit een heel erg belangrijk moment kan zijn in je leven, dit inzicht. Leren leven idd met die mentale moeilijkheden is misschien wel de grootste uitdaging van het leven. Zeker als je je leven geleid hebt door pijn te vermijden, of er teveel bij stil te blijven staan, dan is die uitdaging misschien zelfs groter.

    Maar sowieso, ik ben er rotsvast van overtuigd dat uw vastberadenheid u hierdoor gaat slepen. Zij het misschien met veel miserie onderweg, maar dat is niet erg. Sowieso dat ge daar gaat geraken. No doubt about it. Echt sterk van je, ik ben grote fan!

    • Anne

      18 juli

      Wat een lief bericht, Robin. Dankjewel! Ik denk dat je gelijk hebt, zeker als je geleerd hebt dat ‘dit is wat het is’, of zelfs niet herkende dat het wat moeilijker was allemaal, is het best een lange weg om te gaan accepteren dat het er nu eenmaal bij hoort en anders is dan je hoopte of dacht of wilde dat het was.

  7. Mooi geschreven en wat knap dat je zo goed kan reflecteren. Het is lastig om te accepteren dat je mogelijk altijd met je stoornissen zal moeten leven. Dat is niet niks.

    • Anne

      18 juli

      Dankjewel, lief dat je dat zegt.

  8. Minke

    12 juli

    Heel mooi gedchreven. Het raakte en is heel herkenbaar. Vind het zo lastig om het onderscheid te maken tussen het rotsvaste geloof dat ik in mijn dromen heb (intuïtie?) en hoge eisen en het geloof dat je door hard werken alles wel kan…

    • Anne

      18 juli

      Dankjewel Minke! Precies dat onderscheid vind ik soms ook moeilijk te maken. Het blijft gewoon een zoektocht, ook naar je eigen mogelijkheden en grenzen en dat die soms ook wel weer een beetje rekbaar kunnen zijn, natuurlijk. Niets ligt vast: er is geen duidelijke weg, geen pad dat bewandeld moet worden. Het is proberen, zien hoe ver je kunt gaan, soms heel hard jezelf tegen komen en dan weer doorgaan, denk ik. Komt allemaal goed met ons!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.