Tweeduizendtwintig

Het jaar begon wederom in een dikke laag mist, ergens in Utrecht, met teveel champagne en mijn lievelingspersoon naast me. Dat klinkt goed, hè? We sliepen die nacht in een veel te koud kamertje, op een dunne matras, met een te dunne deken. Ik herinner me van die nacht vooral nog één ding: kou. Gelukkig zette dat niet de toon voor de rest van het jaar.

Aan het begin van het jaar vond ik een nieuwe werkplek. Ik mocht daar langzaam weer opbouwen in uren: een grote stap na anderhalf jaar thuis te zijn geweest. Ik voelde me meer dan welkom dankzij mijn fijne collega, vond het werk net zo leuk als ik had gedacht en voelde me er al bijna thuis. Dat opbouwen ging beter dan verwacht, ik kwam weer met energie thuis en hoopte dat het me zou lukken om dit een hele tijd vol te houden. De eerste stappen naar een nieuwe toekomst waren gezet, zo voelde het. Ondertussen was ik druk bezig met het zoeken naar een nieuw huis. Ik zag appartementjes op de vijfde verdieping van een groot complex, waar werkelijk alles nog aan verbouwd moest worden. Ik zag een mini-huisje waar mijn naam op geschreven stond leek het wel. Ik zag een klein, maar fijn appartement dicht bij het centrum van de stad. Ik zag van alles, dat kun je wel zeggen. Maar niets paste, niets was voor mij. Ik begon ongeduldig te worden, wilde vooral weg uit mijn huidige huis en vond het allemaal te lang duren. Waar het lawaai van de stad me eerst gerust stelde, werd het na een paar maanden een last om te dragen.

Ik probeerde ook nieuwe dingen, zo aan het begin van het jaar. Ik trok de stoute schoenen aan en belde een vioolleraar op om een proefles aan te vragen. Ik wandelde naar zijn huis, speelde op een hele oude, lelijke viool en bedacht me dat dit mijn nieuwe hobby zou worden. Op zomaar een vrijdagochtend zat ik samen met Jula in lijn 9 naar de Cattepoelseweg om mijn eigen viool op te halen. Ik vervoerde ‘m terug in de bus alsof het een schat was. Thuis pakten we de viool uit en voelde het alsof het mijn verjaardag was. Terwijl ik startte met iets nieuws, was ik bezig met allemaal oude dingen in therapie: angsten van vroeger die ineens weer terugkwamen, alsof ze nooit weg waren geweest. Zo vond ik het veel te spannend om auto te rijden, te moeten parkeren en kreeg ik zelfs stress van de supermarkt.

Vlak voordat de lockdown werd aangekondigd, sliep ik samen met Jorn een paar dagen in het chalet van zijn ouders. Op de valreep maakten we nog een magisch moment mee: we zagen Patrick Watson in Tivoli. Later bleek the Great Escape mijn meest geluisterde liedje van dit jaar te zijn, trouwens. Toen we echt thuis moesten blijven, voelde ik me even opgelucht. Ik hoefde even niets meer, was uitgeput geraakt van al die maanden aan mezelf werken en mezelf uitdagen en vond het wel fijn dat ik tot rust kon komen. De stad werd rustiger en mijn hoofd ook. Er kwam weer een beetje ruimte. En terwijl alles langzaam stopte, vond ik weer wat energie. Ik leerde hoe ik voor mezelf moet zorgen, wanneer ik moet slapen en daaraan toe mag geven, hoe mijn energieverdeling het beste werkt en dat teveel prikkels niet zo goed zijn voor mijn soms wat onrustige hoofd. Ik leerde veel over mezelf, kunnen we wel stellen.

Samen met Jula ondernam ik micro-avonturen. Samen picknicken in het park met Jorn (ook al was het een beetje koud), een grote hut bouwen in de woonkamer (en daar een nachtje willen slapen, maar dat deden we toch maar niet) en zelf slijm maken (en vervolgens alleen nog daar mee willen spelen). We groeiden naar elkaar toe in de afgelopen maanden, zoals dat soms gebeurt. Zij leerde mij aanvoelen, ik leerde haar beter kennen en ik legde haar uit dat ik soms moet huilen van geluk (en dat je niet altijd huilt van verdriet) omdat het zo goed gaat tussen ons. ‘Mam, je hebt weer een traan,’ zegt ze dan, terwijl ze ‘m wegveegt met haar kleine handje. ‘Je bent zeker weer heel gelukkig?’. We knuffelden, dansten, maakten samen liedjes en huilden van het lachen. En toen ze even niet naar school kon vanwege de lockdown was er nóg meer tijd om van elkaar te genieten. Wat een geluk.

Het werd al vroeg warm, dit jaar. Ik wandelde veel, was vastbesloten iets aan mijn conditie te doen en liep talloze rondjes over de bruggen in Arnhem. Af en toe met iemand samen, vaker alleen. Het voelde alsof ik al een beetje afscheid aan het nemen was van de stad, ook al was er nog niets nieuws. Ik droomde er wel over, heel veel. Het voelde alsof een verhuizing al mijn problemen in één klap zou oplossen, maar ik leerde ook dat het dat natuurlijk niet doet. Je neemt nog steeds jezelf mee, namelijk. Terug naar april, dit jaar: ik wandelde dus en rende zo af en toe ook nog een paar kilometer.

Mijn zoektocht naar een nieuw huis leverde nog niet zoveel op, totdat mijn broer me vroeg of ik niet in een dorpje verder wilde wonen. Ik had mijn pijlen steeds gericht op de stad en een paar dorpen daaromheen, maar verder had ik nog niet gekeken. Ik zag een huis dat me beviel, vroeg een bezichtiging aan en zat daar in de tuin alsof de woning al van mij was. Hier gaan Jula en ik gelukkig worden, dacht ik. Ik bracht een bod uit en na een beetje heen-en-weer-en werd het zowaar geaccepteerd! Er waren bloemen van mijn ouders, maar later ook een grote teleurstelling: er bleek van alles mis te zijn met het huis dat de kopers hadden verzwegen. Het ging dus niet door. In plaats van bij de pakken neer te zitten, keek ik verder. Ik was vastbesloten om een nieuw thuis te vinden en dat zou dit jaar gaan gebeuren.

Er waren logeerpartijtjes bij mijn ouders, hele fijne dagen aan de Rijn met Jorn en Jula en nóg meer wandelingen. Ik vervloekte zo nu en dan de hitte, zeker in mijn appartement, maar gelukkig was er altijd het huis van mijn ouders waar we naartoe konden om te schuilen voor de warmte. Ik knipte mijn haar kort, organiseerde een festival voor twee samen met Jorn bij mij thuis en toen was daar ineens Fendi. Ik weet nog dat ik Jula belde om te vertellen dat Fendi bij ons binnen was en dat hij misschien mocht blijven. Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien en gehoord als toen: het geluk straalde van haar gezichtje af. Toen even later duidelijk werd dat hij inderdaad bij ons mocht blijven, konden we ons geluk niet op. Wat een gezelligheid!

Er kwam ook een nieuw huis. Klein, met drie slaapkamers en een fijne tuin. Ik had een klein schildje opgeworpen voor het geval het wéér niet door zou gaan, maar dit keer ging het allemaal veel soepeler: de onderhandelingen verliepen sneller, er waren écht geen verborgen gebreken en in mijn hoofd was het huis al ingericht. We zouden nog een paar maanden moeten wachten en dan zou de grote verhuizing (iets waar ik behoorlijk tegenop zag) plaats gaan vinden. Ik liep een paar dagen op wolkjes: het was gelukt! We hadden een nieuw huis! Samen met mijn moeder begon ik alvast met het uitzoeken van de plekken waar je eigenlijk niet aan wil beginnen (lees: de berging) en met haar hulp verliep alles soepel, die eerste weken.

Samen met Jorn ontsnapte ik een paar dagen aan de drukte: we verbleven weer in het chalet van zijn ouders. Ik kon even niet bezig zijn met verhuizen en alles wat geregeld moest worden en dat was goed voor mijn hoofd. We deden spelletjes, maakten een veel te lange wandeling, aten pizza, dronken wijn en genoten van elkaars gezelschap. Het waren de fijnste dagen die ik me voor kon stellen, die paar dagen weg.

Er gebeurde nog iets leuks in deze maanden: ik zag een vacature die precies aansloot bij mijn ervaring en opleiding, die me ook nog eens leuk leek en die voldoende was voor het aantal uren dat ik wilde gaan werken. Ik maakte, samen met Jorn, een sollicitatiefilmpje en stuurde deze in. Het eerste gesprek was online, maakte me een klein beetje zenuwachtig en tegelijkertijd ook gelukkig, want de baan klonk nóg leuker dan ik al dacht dat-ie zou zijn. Het tweede gesprek was op kantoor en ging nog veel beter dan de eerste. Niet veel later werd ik, nogal overvallen, gebeld dat ik het was geworden. Hoe fijn: ik had een nieuw huis én een nieuwe baan!

Mijn oude huisje in Arnhem stond helemaal vol met verhuisdozen, mijn stressniveau was gestegen tot onhoudbaar en eindelijk werd het dan 8 augustus: de dag van de verhuizing. Ik werd geholpen door vrienden – die ik daar eeuwig dankbaar voor ben – en het verliep allemaal duizend keer beter dan ik had gedacht dat het zou lopen. Samen met Jorn sliep ik de eerste nacht in het nieuwe huis en het voelde meteen als thuis aan, zoals dat soms gaat. Ik kon niet wachten tot Jula kwam en ik het haar kon laten zien: ze werd er net zo gelukkig van als ik! Het was heerlijk om de laatste restjes van de zomer door te brengen in een huis en niet in een bloedheet appartement zonder tuin of balkon. We waren dan ook elke dag in de tuin te vinden.

In de laatste week van augustus vertrok ik met mijn ouders en Jula voor een weekje naar Terschelling. We speelden héél veel, wandelden naar het strand, deden spelletjes en hadden het vooral gewoon fijn met elkaar. Na die week zou ik beginnen aan mijn nieuwe baan, dus ik probeerde nog even te genieten van de rust terwijl ik tegelijkertijd bijna niet kon wachten om te beginnen. Dankzij therapie had ik geleerd om te gaan met mijn angsten en die waren dus een stuk minder – al had dat natuurlijk ook met de omstandigheden te maken – en dus zag ik de toekomst weer vol vertrouwen tegemoet. Wat een fijn gevoel is dat.

Twee weken nadat ik met mijn nieuwe baan was begonnen, ging ik weer een paar dagen weg. Dit keer samen met Jorn, naar Zuid-Limburg. Ik was weer eens begonnen met hardlopen (maar dit keer tamelijk serieus) en herinner me pittige kilometers door de heuvels van de dorpen. Wat was het er mooi! We gingen naar het Bonnefantenmuseum, zagen de grotten en deden genoeg spelletjes. Ik won zelfs af en toe! Het waren fijne dagen en ons idee om een paar weken proef samen te gaan wonen begon steeds meer vorm te krijgen: voor het eind van het jaar zou het gaan gebeuren, dat spraken we af.

Tussendoor zat een klein dipje. Een paar weken waarin ik me niet zo heel lekker voelde, het gevoel had dat ik hard moest vechten tegen de somberheid en vooral mijn best deed om door te gaan. Dat deed ik dan ook: blijven hardlopen, gezond blijven eten, voldoende slapen en proberen een ritme aan te houden. Ik kan het zo opdreunen, het zit inmiddels zo in mijn systeem. Ik wilde geen extra medicatie slikken en het lukte me dan ook om een beetje grip op mijn dipje te krijgen en me uiteindelijk weer goed te voelen. Ik was zo trots dat dat me gelukt was!

De weken daarna stonden in het teken van wennen aan mijn nieuwe baan. Ik was moe, zeker als ik een volle werkdag had gehad, en moest dan echt even een dag bijkomen met extra veel dutjes (lees: twee) en veel op de bank hangen. Niet hoe ik het liefst mijn dagen besteed, als ik heel eerlijk ben, maar wel erg nodig. Het hardlopen begon steeds meer vorm te krijgen: inmiddels liep ik samen met mijn hardloopgroepje vijf kilometer aan één stuk, met af en toe een uitschieter van zes of zeven kilometer. Daarnaast begon ook het hardlopen samen met mijn moeder op vrijdagochtend, wat vaak perfect bleek uit te komen als ik Jula naar school had gebracht.

Er werden verjaardagen gevierd. Klein, natuurlijk, want iets anders kon niet dit jaar. We hingen toch gewoon de slingers op, bliezen de ballonnen op en sneden de taart aan. Het grote missen begon toen zo ongeveer: als Jula net weg was, of bijna weg zou gaan, voelde ik meteen een soort steek in mijn hart en het gevoel van een overdonderende leegte. Het huis werd zo stil zonder haar, bijna levenloos met alleen Fendi en ik erin. Tegelijkertijd kon ik het ook zien als iets goeds: het ging zo goed met mij dat hier weer ruimte voor was, voor deze overweldigende gevoelens. En ik kon er mee omgaan, ging er niet aan onderdoor.

Alles kabbelde gewoon een beetje door, zoals in de maanden daarvoor. Ik raakte gewend aan niet zoveel mogen, mijn vrienden langere tijd niet zien en de onduidelijkheid van nieuwe maatregelen en aangepaste maatregelen en verordeningen en meer van die dingen. Probeerde gewoon mijn gang te blijven gaan. Soms voelden de dagen wel leeg, stond er niets gepland en hoefde ik niet te werken en wist ik eigenlijk niet wat ik met mezelf aan moest. Soms waren de dagen juist te vol, rende ik van hot naar her en kostte het me twee dagen om weer bij te komen.

We vierden Sinterklaas, Jula had haar allereerste zwemles (en ik mocht even mee kijken!) en moesten daarna bijkomen van alle drukte. Vlak daarvoor begon het proefsamenwonen: tweeënhalve week woonde Jorn bij Jula en mij. Dat was fijner dan ik ooit had kunnen bedenken en gaf precies de warmte die ik nodig had in die kille, rare weken. Er was een presentatie van mijn werk waar ik erg tegenop zag, maar gelukkig was Jorn er om me te steunen en me afleiding te bieden. Er waren een paar hardlooprondjes waar ik maar weinig zin in had, héle fijne dagen met Jula en tenslotte de opnames van een kerstgroet die nog fantastischer werd dan ik me voor had kunnen stellen.

Over acht dagen begint het nieuwe jaar. Ik ben benieuwd wat het me allemaal zal gaan brengen. Dit keer heb ik niet zoveel hoge eisen: ik hoef geen nieuw huis, ik hoef geen nieuw werk. Ik hoop op betere tijden, waarin we elkaar wat meer kunnen en mogen zien. Ik hoop op feestjes, reizen en gezelligheid. Ik hoop dat ik die eerste kille wintermaanden goed door ga komen, ik hoop op fijne weken met Jorn en Jula samen en ik hoop dat ik wat meer rust kan vinden in de dingen waar ik me zo ontzettend druk over kan maken.


  1. Audrey

    23 december

    Wat een jaar, zeg! Fijn dat het je toch ook zoveel moois heeft gebracht.

    • Anne

      23 december

      Ja, het was een bijzonder jaar!

  2. Angélica

    23 december

    Wat een fijn stukje, ik krijg er een soort plaatsvervangend gevoel van nostalgie van 🙂 Ik hoop dat 2021 ook nog meer moois gaat brengen en vooral – weer een beetje maar van ‘het oude’.

    • Anne

      23 december

      Ah yes 🙂 Ik hoop het ook. Heel erg! Liefs voor jou 🙂

  3. Lesley

    23 december

    Veel gebeurd in één jaar! Leuk als alles zo’n beetje op z’n plek valt. En ik vind het ook altijd gek hoe je van zo’n korte trip (vaak zelfs in eigen land) nog het meest oplaadt. Dan heb je meer het gevoel dat niks echt moet, en ga je gewoon lezen, slapen, wandelen, spelletjes spelen, ’s avonds gezellig wat drinken, … Heerlijk, heb ik ook alweer zin in. Een heel fijn 2021 toegewenst alvast!

    • Anne

      23 december

      Ja, klopt. Het was een enerverend jaar. En inderdaad: alles viel precies op z’n plek. En ja, echt even helemaal weg zijn helpt zóveel. Ik hoop dat ik aankomend jaar – hoe dan ook – nog veel van die reisjes in Nederland kan maken. Daar heb ik echt van genoten!

  4. Stella

    23 december

    Wat fijn is dit zeg; ook om te lezen, maar vast helemaal om het ook echt beleefd te worden. Ik hoop dat 2021 je net zoveel moois gaat brengen; groei, gezelligheid, gezondheid en een hoop liefde! <3

    • Anne

      23 december

      Heel lief van je, Stella. Ik wens hetzelfde voor jou <3

  5. Luus

    23 december

    ‘Je bent zeker weer gelukkig’.. omg, smelt!!
    Wat is er veel gebeurd dit jaar. En wat heb je je goed door de moeilijkere periodes heen geslagen. Mag je best trots op zijn!
    Zo te lezen staan er met de mensen in je leven alleen maar mooie dingen te wachten op je, nu je rust hebt gekregen met een nieuw huis en baan. Heel fijn, hoop dat 2021 alleen maar nog fijner mag worden!

    • Anne

      25 december

      Ja, lief hè? Ik smelt dan ook echt, haha. En ja, ik ben daar zeker trots op, maar fijn dat je je mij daar nog eens aan herinnert. 2021 gaat vast een heel fijn jaar worden, dat kan niet anders!

  6. Saskia

    25 december

    Wauw, wat een jaar. Mooi overzicht om het zo te bundelen. Je hebt zeker wat moeilijke periodes doorstaan. Maar zonder regen geen zonneschijn 🙂

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.