Tien maanden vioolles

Ik hoop altijd maar dat er een plekje is om mijn auto te parkeren. Met licht trillende handen – die angst verdwijnt nooit, denk ik – parkeer ik mijn auto tussen de auto voor en de auto achter me in. Tien minuten te vroeg. Zoals altijd. Het perfecte moment om mijn boodschappenlijstje voor de volgende week te maken, al kan ik niet zien wat er nog in mijn koelkast ligt en heb ik geen idee welke maaltijden ik nu weer moet verzinnen. Maar toch begin ik er, vol frisse tegenzin, aan. De tijd vliegt voorbij als ik met mijn hoofd in de recepten zit, lijkt het.

Het is 11.13 – tijd om de auto uit te stappen en mijn viool te pakken. Vergeet het boek met bladmuziek dit keer niet, anders kun je weer terug. Ik bel aan, bedenk me dat hij de vorige keer zei dat hij altijd blij is als hij weet dat ik weer kom, en wacht geduldig tot hij de deur opendoet. Ja, het ziet eruit alsof hij blij is dat ik er ben. Ik zeg ‘hé, er staat een nieuwe stoel’ over de nieuwe stoel die er staat en hij antwoord ‘ja, je moet toch eens wat’. We lachen even naar elkaar tot hij begint over onderwerpen die bij ons leven van nu horen. Vaccineren, thuisonderwijs, mondkapjes. Ik heb er genoeg van, merk ik. Ik heb er genoeg van om erover te praten want er lijkt toch niets te veranderen. Zo voelt het. Langzaam begin ik mijn viool uit te pakken. Ik kan me nog steeds verbazen over de schoonheid van het instrument en dat ik daar dan op mag spelen.

Ik draai de strijkstok aan, hij zet de standaard wat hoger en pakt zijn eigen viool. ‘Ik hoop dat we vandaag samen kunnen spelen?,’ vraag ik een klein beetje verkapt. Ik speel het liefst als hij met me meespeelt, dan hoor je niet zo goed wat ik allemaal fout doe. En vervolgens voeg ik er aan toe dat ik niet zoveel heb kunnen oefenen als ik had gewild. Hij begrijpt dat, we gaan liedjes herhalen en dat stelt me gerust. Geen nieuwe dingen vandaag. We beginnen met een liedje uit die fröhliche Violine, een boek met een meisje en een vrouw op de voorkant die allebei hun viool vasthouden alsof het de eerste keer is. Ik speel te dicht bij de kam, zoals altijd, en daardoor klinken de eerste noten vooral krassend en een beetje buitenaards. ‘Meer naar het midden spelen,’ geeft hij als tip en ik neem me voor de duizendste keer voor om daar beter op te letten.

We spelen een paar liedjes uit het boek. Ik voel dat ik steeds meer ontspan, dat ik losser kan spelen, dat ik voel hoe mijn voeten de grond raken, dat ik voel hoe mijn vingers de snaren beroeren. Ik voel zelfs hoe mijn vingers op de strijkstok zijn gaan liggen. ‘Je hebt een losse streek,’ zegt mijn vioolleraar. Ik weet niet wat het betekent, maar neem het maar aan als compliment. Ik speel een nieuw liedje voor het eerst en het gaat, zoals altijd, soepel. Op de één of andere manier lukt het me steeds heel goed om nieuwe stukken te spelen zonder fouten. Dat gebeurt nu ook. ‘Hoe kan dit toch?’ vraagt mijn vioolleraar zich af. Ik voel me trots. Het lukt. Ik doe iets goed.

Aan het einde van de les komen de meer uitdagende stukken. Iets met een vinger die ergens moet blijven staan, een andere greep en een vierde vinger op een onmogelijke plek. Hij speelt voor en ik speel na. Hij speelt een tweede stem en tijdens het spelen voel ik dat we samen iets moois aan het maken zijn. Ik speel – eindelijk – een beetje zuiver en door zijn vibrato klinkt het alsof ik mijn ziel en zaligheid in dit stuk leg. Maar dat doe ik ook een beetje. Het herinnert me aan het samen spelen tijdens mijn opleiding en hoe fijn het is om samen muziek te maken zonder dat je daar woorden voor gebruikt. Hoe je eigenlijk met elkaar kunt praten zonder woorden en hoe bijzonder het is dat je samen hetzelfde lijkt te voelen, zonder dat je dat hebt afgestemd. Muziek is het meest bijzondere dat ik ken, zoveel is duidelijk.

Hij besluit nog wat stukken voor me te kopiëren. Nieuwe, ingewikkelde stukken. Ik zie ze en registreer dat ik daar wel even op zal moeten oefenen en neem me voor om de komende twee weken iedere dag een half uur te spelen, wat er ook gebeurt. Als ik al zulke sprongen maak zonder te oefenen, hoe zal het dan zijn als ik wél mijn best doe tussendoor?


  1. Audrey

    7 januari

    Mooi hoe je me helemaal die lesruimte intrekt!

  2. Irene

    7 januari

    Hu? Mijn reactie is ineens weg :'(
    Alleszins, Elke keer als ik lees over jou en je viool krijg ik ook zin om weer les te volgen en mijn cello nog eens van onder het stof te halen. Ik heb minstens 10 jaar gespeeld (wel langer maar ik weet niet goed meer wanneer ik precies begonnen ben) en dat is ondertussen ook alweer bijna 10 jaar geleden. Heb vorig jaar mijn strijkstok opnieuw laten beharen en heb nog nieuwe snaren nodig ook.
    Ik vind het nu wel jammer dat ik vroeger zo weinig oefende. Dat zou ik nu wel anders aanpakken.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.