READING

Muziek is alles of alles is muziek

Muziek is alles of alles is muziek

Ik denk dat ik een jaar of zeven was toen ik voor het eerst naar pianoles ging. Onderweg reden we langs een weiland met een fjord – mijn lievelingspaard, toen – en dan waren we er bijna. Rechts was het huis, links was de plek waar ik les kreeg. In het kamertje stonden twee rieten stoelen met een tafeltje in het midden en dan, als je de deur opende, stond daar de vleugel. Zwart, glanzend. De toetsen waren zwaar, zwaarder dan de piano waar ik thuis op speelde, en de klank was warm en vol. Ik had, tijdens een cursus algemene muzikale vorming, al een beetje noten leren lezen, maar leerde het hier pas echt. Ik kan me nog goed herinneren wat ik toen speelde, zelfs hoe het boek eruit zag en welke plaatjes er bij stonden.

Mijn pianoleraar was een bijzondere man. Hij legde de lat hoog, hij geloofde dat het vooral belangrijk was om technisch goed te spelen en het gevoel en plezier kwamen dan later allemaal wel. Ik wilde het natuurlijk goed doen, dus deed braaf wat hij van me vroeg: ik telde tot ik een ons woog, volgde de vingerzetting die in de bladmuziek stond, speelde harder als het moest en zachter als het was beschreven. Ik denk niet dat hij het per se leuk vond om les te geven. Soms leek hij wat gefrustreerd te raken als het niet ging zoals hij wilde, soms zeurde hij over de leerling die voor mij les had gekregen. Rond dezelfde tijd begon ik ook te zingen in een koortje in ons dorp. Ik weet nog dat ik mijn eerste solo kreeg, die vervolgens uitgebreid werd, en ik eigenlijk niet meer durfde. Ik deed het toch.  Zo rond mijn tiende twijfelde ik of ik nog wel door wilde gaan met de pianolessen. Ik vond paarden ook heel leuk, hoewel ik daar vrijwel geen ervaring mee had en wilde misschien liever op paardrijles. Ik koos uiteindelijk toch voor de piano en volwassen Anne zegt tegen de kleine Anne van toen dat dat de beste keuze was die ze had kunnen maken, natuurlijk.

De stukken die ik speelde werden moeilijker. Ik kreeg steeds wat meer uitdaging, maar het bleef klassiek. Ik ontwikkelde niet echt een voorkeur, speelde gewoon wat ik moest spelen en dat was dat. Natuurlijk genoot ik er wel van: na een aantal jaar les voelde ik vrijheid als ik achter een piano zat. Het gevoel dat je niet na hoeft te denken over wat je doet, maar je vingers een toets kiezen en er ineens muziek ontstaat, vond ik één van de fijnste dingen die ik me kon bedenken. De piano was thuis. Ik vond het niet altijd leuk om te oefenen, wilde liever soms maar gewoon wat spelen. Ik vond het niet leuk om goed te moeten lezen wat er stond, me precies te houden aan de regels die voor me bedacht waren en wilde liever mijn eigen gang gaan. Daar was weinig ruimte voor. Ik zong nog steeds, ging zelfs bij een koor dat gedirigeerd werd door mijn pianoleraar. Ook hier was het belangrijk om te doen wat hij wilde en was alleen perfect goed genoeg.

Met dat ik wat ouder werd en leerde te ontdekken wie ik was, begon ook mijn muzieksmaak zich te vormen. Ik wilde ook kunnen wat de muzikanten deden waar ik naar luisterde: akkoorden spelen, mezelf kunnen begeleiden, meer leren improviseren. Ik besloot om zang- en pianoles te nemen bij de muziekschool. Omdat er geen ruimte meer was bij de lichte muziek, koos ik voor klassieke zang. Mijn zangdocente leek uit een stripboek te komen: een prachtige, grote vrouw. Haar haren opgestoken, parels in haar oren. Een kleurrijke jurk aan en áltijd rode lippenstift. Zodra zij begon te zingen, veranderde er iets: er kwam ruimte, er kwam lucht. Dat wilde ik ook kunnen! Ze leerde me mijn stem op een andere manier te gebruiken en daagde me uit om samen met vijf volwassenen een sextet van Mozart te zingen in de schouwburg na zo’n vier maanden les. Ik deed het. De pianoles was niet helemaal wat ik er van had verwacht: de docente was wat stijf, voelde niet zo goed aan waar ik behoefte aan had en had de neiging zich vooral te richten op dat wat niet goed ging. Dat was wat ik in de jaren daarvoor óók al had meegemaakt en waar ik vooral geen behoefte aan had.

Ik stopte met de lessen, maar niet met muziek maken. Probeerde zelf wat meer uit, was af en toe gewoon maar wat aan het prutsen en onderzoeken. Kocht boeken met bladmuziek van artiesten waar ik graag naar luisterde, vond een website met allemaal akkoorden en printte veel te veel a4-tjes uit met schema’s. Speelde het liefst als er helemaal niemand thuis was en ik alles kon doen wat ik maar wilde: soms uren achter elkaar. Ik vergat de lampen aan te doen terwijl het donker werd, realiseerde me veel te laat dat ik eigenlijk helemaal niets had gedronken of gegeten en was vooral helemaal verloren in de muziek.

Op mijn zestiende koos ik voor de studie muziektherapie. Jong, dat zeker. Ik wist eigenlijk helemaal niet zo goed wat me te wachten stond, maar verhuisde naar een andere stad, maakte nieuwe vriendinnen en vooral: zoveel muziek als ik maar kon. Soms kreeg ik de vrijheid om te doen wat ik wilde, soms moest ik me houden aan wat me gezegd was. Ik durfde steeds meer te experimenteren, leerde allerlei nieuwe instrumenten te bespelen, schreef liedjes en trad op. En, ook al was het bijna een aaneenschakeling van succeservaringen, toch voelde ik vrijwel altijd wat ik al in die eerste jaren had geleerd. Het was nooit goed genoeg. Ik vond het maar moeilijk om die overtuiging in mijn hoofd los te laten. Zo kon ik bijvoorbeeld heel erg genieten van samen muziek maken, maar kwam, na het applaus, altijd de vraag of er niet iets was dat nog beter had gekund. Dat was namelijk áltijd zo.

Vier jaar later studeerde ik af en in de jaren die volgden bleef muziek altijd in mijn leven. Er waren periodes dat ik veel speelde, er waren periodes dat ik minder speelde, maar het bleef altijd bij me. Onderdeel van wie ik ben. Ik probeerde van alles uit: nam nog eens wat zanglessen, trad een paar keer op met een muziektheatergroep, maakte samen met een vriendin iedere week muziek, rolde soms een beetje van het één in het ander. Pas toen ik naar Arnhem verhuisde, weer alleen ging wonen en geen piano had, realiseerde ik me dat ik het nodig had. Het moest er zijn, anders was het geen thuis. Binnen tien minuten had ik er eentje besteld en nog geen dag later stond-ie tegen de gele muur aan. Avonden achter elkaar bleef ik spelen, het voelde soms als de enige manier om te verwerken wat er allemaal gebeurde. Het zorgde er – soms – voor dat mijn hoofd even tot rust kwam en dat ik alleen nog maar even hoefde te zijn.

Anderhalf jaar geleden besloot ik weer les te nemen. Vioolles dit keer. Ik had één keer eerder op een viool gespeeld en er was niets dan gekras uit gekomen, maar toch was ik vastbesloten het te proberen. Ik voelde bijna een soort verbondenheid met het instrument, alsof het me zou kunnen brengen wat ik ook voel als ik zing of als ik piano speel. De eerste lessen waren moeilijk: ondanks dat mijn vioolleraar precies was zoals hij voor mij zou moeten zijn, vond ik het maar moeilijk om mijn kritische blik los te laten. Ik kon niet anders dan zien wat ik fout deed, Na een paar maanden begon er iets te veranderen. Waar ik eerst alleen nog maar zacht durfde te spelen omdat ik bang was fouten te maken, maakte ik steeds meer volume. Waar ik eerst krampachtig probeerde te doen wat er stond of zoals het moest, durfde ik af en toe eens te doen wat goed voelde om te doen. Gewoon maar wat te spelen, of mijn vingers eens anders neerzetten. Niet vasthouden na het opbouwen, maar loslaten. Vrijheid. Bijzonder, want in therapie leerde ik precies hetzelfde: vertrouwen op mijn gevoel.

Vorige week had ik mijn vijfde zangles – ik had in het voorjaar besloten om deze zomer weer een paar lessen te nemen – en had natuurlijk niet geoefend. Ik weet heus wel dat het goed is om te oefenen, dat het zonde is om les te hebben als je niet oefent en dat je er veel meer uit kan halen als je dat wel doet. Dat weet ik. Het lukt me gewoon niet zo goed om te oefenen, ik wil gewoon graag dat dingen in één keer lukken (wat eigenlijk ook best wel regelmatig gebeurt) en ik wil niet maar eindeloos blijven herhalen. Hoe dan ook: ik stond daar, tegenover zijn piano, en voelde dat ik precies kon doen wat ik altijd had willen doen. De longen uit mijn lijf zingen, mijn ziel en zaligheid erin verliezen en eigenlijk ook wel weer terugvinden en vooral heel erg genieten. Ik voelde me vrijer dan ooit om te doen wat ik wilde, om te omarmen wat ik geleerd had maar daar niet krampachtig aan vast te houden, om eindelijk eens muziek te kunnen maken zonder daar meteen een oordeel over te vellen.

Ik besefte meer dan ooit dat muziek alles is en dat altijd zal blijven.


  1. Mimi

    4 september

    Wat schrijf je toch mooi Anne!

    • Anne

      6 september

      Oh wat lief Mimi, dankjewel!

  2. Nina

    4 september

    <3

  3. Angélica

    5 september

    Heerlijk, prachtig geschreven 🙂

  4. Zo zo mooi en zo echt geschreven. Heerlijk, ik ben echt fan van u! Heel fijn om te lezen ook hoe je je draai zo kunt vinden in het spelen van muziek. Je hebt een mooi en leerrijk pad afgelegd. Heel mooi en inspirerend! En wat een mooie afsluitende foto ook. Jula die hetzelfde pad bewandelt.. Ik gun het jullie!

    • Anne

      6 september

      Ah, dat is fijn om te horen Robin. Dankjewel! Ik besprak vandaag nog met mijn vioolleraar hoe bevoorrecht we eigenlijk zijn dat muziek zo’n grote rol in ons leven kan spelen. Daar sta ik dan eigenlijk nooit bij stil!

  5. Audrey

    6 september

    Ooo, alles aan dit artikel <3 Muziek is zo waardevol!

    • Anne

      6 september

      Wat lief Audrey. Dankjewel! <3

Leave a reply to Nina Click here to cancel the reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.