Mijn liefste,

Ik hoop dat je altijd zo blijft dansen. Met je ogen dicht en je armen wijd, met je heupen heen en weer en een lach op je gezicht. Een zeemeerminnenrok aan, een ster in je haren en het liefst nog elfenvleugeltjes om je schouders. Ik hoop dat je voor altijd zo kan genieten van alles om je heen – de knuffels die je hebt verzameld en netjes naast elkaar hebt gezet, dat tweede koekje waarvan ik zomaar ineens zei dat je het nog mocht opeten en hoe mooi je eruitziet als je in de spiegel kijkt. Ik hoop dat je zo blijft zingen. Liedjes die je zelf bedenkt (bootje varen, bootje varen) en liedjes die we samen luisteren en liedjes die Engelstalig zijn en waarbij je me verbetert zoals alleen jij dat kan. ‘Maham, het moet zo: see-too see-too see-too errietij’, zeg je dan.

Ik hoop dat je zo blijft fietsen door de stad. Alsof je de wereld aan kan, met je voeten in de lucht en je handen aan je stuur. Dat ik je tweehonderd meter voor me zie en weet dat je op me wacht. ‘Ik wil altijd bij je blijven,’ zei je vandaag, ‘ik wil nooit bij je weg. Ik hoef toch nooit meer bij jou weg? Jij blijft toch altijd mijn mama?’. Ik hoop dat je dat altijd zo blijft voelen. Ik hoop dat je ’s nachts tegen me aan blijft kruipen als je dicht bij me wil zijn, ik hoop dat je me altijd blijft roepen als je bang bent in het donker en ik hoop vooral dat je weet dat ik altijd dichtbij je ben. Ik hoop dat je altijd samen met Haasje me komt kussen. Dat je poppetjes tekent met hele lange buiken, veel te grote benen en streepjes als voeten en het zelf het mooiste vindt van allemaal. Dat je blijft dromen over later ballerina worden, over voetballer of dierendokter, of mama.

Ik hoop dat je niet zo veel stomde in je hart zult voelen, zoals je dat zelf noemt. En als je het wel voelt, dat je het dan net zo makkelijk weg kan toveren als je bij ons kan doen. Ik hoop dat je zo lief blijft voor je knuffels als je nu bent, dat je praat tegen de barbies (en doet alsof ze terugpraten). Dat je altijd zo gelukkig wordt van spelen in het water, van het dragen van een bikini (ook al jeukt-ie vreselijk en zit het helemaal niet fijn), met je blote billen op het strandje dansen en in een handdoek gevouwen worden als het te koud wordt.

Ik hoop dat je altijd aan me vastgeplakt zit als we een boekje lezen. Dat je langzaam steeds dichterbij komt, tot je jezelf op mijn schoot genesteld hebt en we wang tegen wang zitten. Dat je nieuwsgierig blijft, dat je wil weten wat er staat en dat je me verbetert als ik me verspreek. Ik hoop dat je je sokken tot over je knieën blijft dragen als jij denkt dat dat mooi is, dat je vier speldjes in je haar wil – omdat dat nou eenmaal kan – en dat je vol bewondering naar mij kan kijken als ik een nieuwe jurk draag. Ik hoop dat je blijft rennen rond de bank, buiten adem en bezweet, omdat ik je probeer te kietelen. Dat je blijft lachen zoals je doet, zo hard en zo echt. Ik hoop dat je mijn hand vasthoudt als we samen door de stad wandelen en me loslaat als je dat nodig hebt.

Ik hoop dat wij blijven zoals we nu zijn – jij en ik samen, met z’n tweetjes en met alles en iedereen om ons heen.

4 Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.