Kom terug

Ik woon sinds maart in Arnhem. Het huis voelde meteen als thuis, zonder dat je dat in woorden kan vangen. Ik moest er zijn, op dat moment. En nergens anders. Er was te weinig tijd voor alles dat praktisch is – lampen ophangen, gordijnen regelen. Maar alles was al goed, dus dat kwam later wel. Nu is het november en hangen die lampen nog steeds niet. Staan onze schoenen nog steeds verspreid over de gang en vervloek ik mezelf als ik ’s avonds laat thuiskom en weer struikel over een paar gympen. Maar dit is thuis, en thuis is goed.

Er is een piano, er is een gitaar. Een ukelele die geadopteerd is door Jula als haar gitaar. Er zijn planten, heel veel planten. En ook een paar planten gesneuveld, al dan niet door teveel plantenliefde. Er is een zieke plant, alleen bij ons om te herstellen. Er is een plant die nog moet wennen, een plant die gevonden is op straat, een plant die Jula heeft uitgekozen.

Buiten is de stad. Het rumoer. Het draaiorgel op zondagochtend dat alle treurige muziek die ik kies overstemt. Het plekje in de vensterbank waar je de wereld kunt zien en aan je voorbij kunt laten gaan. Waar Jula en ik ons verstoppen, gordijnen dicht, en even nergens zijn behalve daar. Niet buiten, niet binnen. Als ik mijn gordijnen open doe, zie ik mijn lievelingswinkel en hoe dat ooit een gevaar leek. ’s Nachts laten we de deuren open zodat we met elkaar kunnen praten en als het ochtend is, zijn we minstens een kwartier aan het discussiëren of ze al in het grote bed mag bij mij.

Maar buiten is het park. Waar de zomeravonden langer leken te duren dan ooit tevoren en ik me realiseerde hoe verliefd ik ben op deze stad. Waar dinosaurussen onzichtbaar zijn in het weiland onderaan de heuvel, waar kabouters wonen onder een paddenstoel. En ergens in het midden op de heuvel precies een plekje is voor mij, met uitzicht op thuis. Er is het water, waar ik oesters at en de wereld heel ver weg leek. De kade, de wandelingen. De ochtenden zonder mensen, met auto’s en vrachtwagens en alles wat een stad doet veranderen in een veel te kille plek.

Ik denk dat de zon hier gewoon anders ondergaat. Dat denk ik. Langzamer, dat in ieder geval. Ik heb er veel gezien, de afgelopen maanden. Zonsondergangen, dan. Een paar zonsopkomsten, dat ook. De herfst begint op z’n herfst te komen en lijkt langer te duren dan ik eerder voelde. Mijn eerste herfst in deze stad, mijn eerste herfst nu het anders is. Ik was in het bos, ik was aan het water. Ik ben thuis met het raam een beetje open. Of kaarsen aan in de avond en zachte muziek op de achtergrond. Iets minder rode wijn dan eerst, dat wel. Ik kijk op tegen alles wat gaat komen, ik zie uit naar wat er nog gaat gebeuren.

Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug.


  1. Marieke

    4 november

    Welkom terug <3

  2. Ines

    4 november

    ooooh wat fijn dat je terugbent <3

  3. Luka

    4 november

    Goed om je weer te kunnen lezen!

  4. Elisa

    4 november

    Wat prachtig geschreven!

  5. Lianne

    4 november

    Wat fijn dat je er weer bent! Arnhem <3

  6. Malu

    4 november

    Ik vind dit verruit het mooiste wat ik op je blog heb gelezen. Prachtig en met zorg je woorden uitgekozen.

    (je nodigt mij uit om ook te schrijven).

  7. Bart-Jan

    5 november

    mooi! Ik voel meteen wat heimwee naar Arnhem, waar ik ooit (even) studeerde en woonde.

  8. Anneleen

    5 november

    Heel fijn terug wat van je te lezen! X

  9. Anne

    7 november

    Zo leuk om weer iets van je te lezen! 🙂 x

  10. Anne

    7 november

    Fijn dat je terug bent! x

  11. Merel

    9 november

    Kippenvel van herkenning <3

Leave a reply to Marieke Click here to cancel the reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.