Beter voor jezelf zorgen

Over hardlopen op Ibiza

oktober 19, 2022

Over iets minder dan zes maanden is het de bedoeling dat ik tweeëntwintig kilometer ga hardlopen op Ibiza. Een halve marathon dus, of eigenlijk net iets meer. De vraag die ik vooral krijg als ik hierover vertel, is het vrijwillig is. Het antwoord is ja.

Het afgelopen jaar was een moeizaam hardloop-jaar voor mij. Waar ik vorig jaar in de zomer in een soort stroomversnelling terecht kwam van, zonder daar moeite voor te doen, sneller, makkelijker en fijner hard te lopen, ging dat vanaf september ineens bergafwaarts (en dan niet op de goede manier). Mijn gezondheid – en dan vooral dat-ie goed is – bleek niet zo vanzelfsprekend te zijn als ik dacht en het kostte me meer en meer energie om steeds de discipline te vinden om te blijven gaan. Niet dat ik niet wilde: ik wilde niets liever dan weer zonder problemen acht kilometer te rennen en pas aan het einde te zien dat ik ineens vier minuten sneller was dan de keer daarvoor, maar het lukte niet.

Ergens halverwege dit jaar ontstond het plan om op Ibiza hard te gaan lopen. Niet in mijn eentje, maar met een aantal mensen uit de hardloopgroep waar ik ook onderdeel van uitmaak. Mijn eerste gedachte was: dat kan ik niet. Of het nou twaalf kilometer zou worden, tweeëntwintig of zelfs de hele marathon: het zou me niet gaan lukken. Maar die gedachte is er één waar ik niet meer naar luister, want het is er niet meer één van mijzelf. Het is niet iets waar ik in geloof, ik weet immers ook wel dat er heel veel dingen zijn die lukken als ik maar wil en probeer. En dus schreef ik mij in voor tweeëntwintig kilometer.

Ik ben, ergens onderweg en tijdens het hardlopen denk ik, het vertrouwen in mijn lijf een beetje kwijtgeraakt. Want wat ik ook deed, hoe ik ook zorgde dat ik goed sliep, dat ik gezond at en dat ik uitgerust begon met rennen: het was telkens weer zwaarder dan de keer daarvoor. De vraag ‘moet ik dit eigenlijk wel doen?’ was er eentje die telkens in mijn hoofd kwam als ik puffend en steunend aan het uitblazen was na een rondje van zes kilometer en vaker wel dan niet dacht ik dat ‘nee, dat hoeft niet’ eigenlijk het juiste antwoord zou zijn. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat mijn lijf doet alsof het het niet meer kan.

En, voordat dit een hele dramatische post wordt: het was niet alleen maar ellende. Zo heel af en toe was er ook een rondje waarbij ik wél heel even dacht te voelen wat ik eerder ook had gevoeld. Dat je nog wel even door kan gaan, bijvoorbeeld, of dat je zo druk aan het kletsen bent dat je eigenlijk vergeet dat je ook nog hardloopt. Dat ik thuiskwam en voelde dat ik sterk was, dat ik er juist energie van kreeg en dat het me rust gaf in mijn hoofd. Die momenten waren er ook wel. Maar ze werden overschaduwd door het gevoel van niet meer kunnen, van vermoeidheid, van bijna een soort van uitputting. En wat doe je dan?

Ik besloot er eerst tegen te vechten, want dat is wat ik doe. Niet aanstellen, gewoon maar blijven gaan en uiteindelijk wordt het wel beter. Zo deed ik mee aan een hardloopwedstrijd en bleek ik achteraf een nierbekkenontsteking te hebben. En ja, ik voelde me niet helemaal fris aan de start (‘maar dat gaat vast wel over tijdens het rennen’) en ja, ik had best wel pijn in mijn rug (‘maar ik had vast verkeerd gelegen, al een paar nachten op rij’). En nu zie ik dat met die strategie het vrijwel niet anders kan dan dat het teveel kost: het is bijna alsof ik mezelf er alvast van verzeker dat het toch niet zal gaan zoals ik wil. Of ik die zes kilometer heb uitgerend? Ja, natuurlijk. Bovenop de heuvel dacht ik dat ik flauw zou vallen en tijdens de laatste kilometers was ik ervan overtuigd dat ik ter plekke neer zou vallen, maar ik bleef maar gewoon rennen.

De les die ik leerde? Doorgaan is niet altijd het beste. Naar je hoofd luisteren is niet altijd het beste. Streng zijn voor jezelf en de lat alsmaar hoger en hoger leggen? Ook niet het beste. Iets willen bereiken heeft niet alleen maar te maken met discipline, met hard zijn voor jezelf, met dingen eisen die soms bijna onmogelijk zijn en met steeds maar meer en beter willen. Soms gaat het ook over luisteren naar je lijf, voelen hoe het nou echt voelt, jezelf rust geven, soms een beetje plezier, en wat meer loslaten. Loslaten, dus.

De afgelopen weken liep ik even niet. Eerst omdat ik nog antibiotica slikte, later omdat ik voelde dat het er nog niet was. En ja, ik maak me dan heus wel eens zorgen over die lange kilometers in april op Ibiza en of me dat dan wel gaat lukken, maar ik weet ook heus wel dat ik het kan. En dat het niet alleen maar afzien hoeft te zijn en dat het soms ook goed is – of misschien zelfs wel beter – om even een stapje terug te doen. En dan weer twee vooruit, want zo doe ik dat.

3 Comments

  • Reply Malu oktober 19, 2022 at 8:52 am

    Oeh wat is dit herkenbaar en wat een fijne, wijze woorden waar ik ook écht naar mag (of moet zelfs) luisteren. Dank je wel Anne!

  • Reply Luus oktober 22, 2022 at 5:09 am

    Wat mooi dat je dat het laatste jaar ontdekt hebt en goed dat je het er niet bij laat zitten. Maar tegelijkertijd ook lief en zacht bent voor jezelf en je lijf! Een van de belangrijkste dingen vind ik.
    Als het iets is wat Flo me heeft geleerd in zijn triatlon carriere (dat klinkt gek, maar hoe noem ik het anders haha), dan is het luisteren naar je lichaam. En het ook nog serieus nemen. Als het een dag niet gaat, dan gaat het niet. Dan is er morgen weer 🙂 Een fijne les vond ik!

  • Reply Blog by Linda oktober 24, 2022 at 8:20 am

    Wat spannend om over een half jaar zo’n afstand te rennen. Maar ook heel tof, zeker vanwege de locatie! Goed dat je beter naar je lichaam bent gaan luisteren – waarschijnlijk wordt het daar uiteindelijk makkelijker van, al voelt het op het moment absoluut niet als vooruitgang.

  • Leave a Reply