Hoe ik mijn balans hervond

Het was en zal altijd een aandachtspunt blijven: het vinden van balans in mijn leven. Ik denk dat dat voor veel mensen herkenbaar is. Hoe zorg ik ervoor dat ik niet doorsla in een leuke hobby? Hoe kan ik op de lijn letten zonder dat ik alle voedingsmiddelen ga schrappen? Hoe houd ik de balans tussen werk en privé? Hoe blijf ik bij drie keer per week sporten en niet meteen iedere dag? Hoe zorg ik voor een gezond slaapritme? Het zijn allemaal vragen die mij bezig hebben gehouden in het verleden, nu soms nog de kop op steken, maar waarvan ik ook kon concluderen: ‘hé, ik heb de balans gevonden’.

Voelen, voelen & voelen
Het begon bij met het voelen van mijn grenzen. Voorheen voelde ik die namelijk niet, kon iedereen er gewoon maar over heen gaan en ontdekte ik later pas dat er iets niet lekker zat. Na lang nadenken ontdekte ik dan dat ik (of iemand anders) over mijn grens heen was gegaan en dat ik daar last van had. Ik heb hier veel in geoefend door mezelf continu de vragen te stellen: wil ik dit wel? Voelt dit goed? Hoe ga ik me hierna voelen? Het lijken hele simpele vragen, maar voor mij waren ze precies wat ik nodig had om mijn grenzen te herkennen. Dan ontdekte ik dat nog even wat drinken na de muziektheaterrepetitie eigenlijk teveel voor me was, bijvoorbeeld. En dat ik dat dus beter niet kon doen.

Ik heb het op de harde manier geleerd op mijn werk: daar pakte ik altijd alles op wat maar voorbij kwam. Ik vond alles leuk, wilde uitdagingen niet uit de weg gaan en dacht dat het normaal was om altijd op de toppen van je kunnen te presteren. Maar langzaam ging ik daar zelf aan onderdoor. Ik werkte te hard, maakte teveel uren en vergat dat ik zelf ook nog behoeftes had. Totdat ik op een dag zwaar tegen die grens aan liep, huilend moest bellen naar de verzuimafdeling van mijn werkgever en simpelweg niet meer verder kon. Nu heb ik een baan waarin ik heel erg moet letten op die grenzen: er komen leuke taken voorbij, die ik allemaal graag zou willen doen. Dat is alleen niet realistisch binnen het aantal uur dat ik werk. Ik moet keuzes maken, hoe moeilijk dat soms ook is.

Mijn energie is niet onuitputtelijk
Ik moet van tevoren goed nadenken over hoe ik mijn energie besteed. Wil ik naar een feestje? Dan moet ik zorgen dat de dag daar aan voorafgaand rustig is, met niet teveel activiteiten. Wil ik een dag werken? Dan heb ik daarna eigenlijk een rustige dag nodig, waarin ik niet teveel hoef en een beetje bij kan komen. Het hoort nu eenmaal bij mij, die beperking in mijn energie, en ik moet mijn leven daarom heen zien te passen. Als ik dat niet doe, beland ik op de bank in een vegetatieve staat waarin ik écht niets meer kan. Dan voelt alles als teveel en dat wil ik graag voorkomen.

Ik heb goed in beeld welke dingen me energie geven en welke energie vragen en probeer daar continu de balans in te vinden. Zo laad ik erg op van een half uurtje zingen en pianospelen, is heen en weer rijden om Jula weg te brengen ontzettend vermoeiend en kost me dat altijd een boel energie, brengt hardlopen me vaak een hele positieve, energierijke dag en houd ik de hele middag last van teveel video-belafspraken. Hoe ik daar achter ben gekomen? Door weer bewust na de activiteit mezelf de vraag te stellen hoe ik me voel. Echt even te voelen, in plaats van daaraan voorbij te gaan en gewoon maar weer door te gaan.

Oké is ook goed genoeg
In mijn hoofd kon het altijd beter. Drie keer hardlopen per week? Daar moet minstens nog één andere sportieve activiteit bij. Ik vergeet nooit meer dat ik, toen Jula nog niet ouder dan een jaar was, iedere ochtend om vijf uur op stond om te sporten. Zó trots was ik daar op. Ik wilde geen één keer missen. want ik was zó goed bezig. Achteraf gezien was ik ook doodop en kon ik mezelf eigenlijk niet meer vooruit slepen: het was écht teveel. Ik heb – mede dankzij therapie – geleerd dat oké ook goed genoeg is. Dat drie keer per week hardlopen echt prima is en dat ik daarmee goed voor mezelf zorg. Dat ik niet allerlei voedingsmiddelen uit mijn dieet hoef te schrappen omdat het altijd beter kan, maar dat ‘gewoon opletten’ ook oké is.

Dat was echt wel een grote verandering in hoe ik naar de wereld kijk en soms merk ik dat ik alsnog in die valkuil trap. Op mijn werk bijvoorbeeld. Dan geef ik een presentatie en baal ik vervolgens omdat ik denk dat het beter kan. Maar over het algemeen? Over het algemeen gaat het erg goed. In therapie zijn we daar actief mee bezig geweest: waar ligt de lat en is die realistisch? In mijn geval bleek-ie vaak torenhoog te liggen, zo hoog dat ik er nooit bij zou kunnen. Ik dacht vaak dat als ik ‘m maar onbereikbaar zou maken, ik ook niet teleurgesteld zou zijn als het niet zou lukken. Zo werkt het niet, heb ik geleerd. Het is heel leuk om realistische doelen te stellen en die te kunnen behalen, zonder dat je daar in door hoeft te slaan.

De juiste voorwaarden scheppen
Dit klinkt zoveel gemakkelijker dan het is, voor mij althans. Maar een opgeruimd huis en een uitgerust hoofd helpen me zoveel beter om de balans te houden. Als mijn huis een fijne plek is om te zijn, heb ik veel minder de neiging om me onder de dekens te verstoppen voor de wereld – bijvoorbeeld – of om juist de hele dag maar weg te zijn, zodat ik niet geconfronteerd hoef te worden met hoe het thuis is. Ik kan thuis opladen, even bijkomen. Hetzelfde geldt voor mijn slaap: ik heb nu eenmaal veel slaap nodig en probeer er iedere nacht voor te zorgen dat ik het aantal uur slaap dat ik nodig heb ook behaal. Dat is soms een uitdaging, maar vaak lukt het me wel. Als ik uitgerust ben, kost het me veel minder moeite om die ‘doorgeslagen’ gedachtes te beheersen en voel ik veel beter waar mijn grenzen liggen.

Nu gaat het vaak vanzelf. Dat ik voel dat iets niet oké is en mijn grens aangeef, bijvoorbeeld. Of dat ik weet dat ik een drukke dag voor de boeg heb en bewust een rustige daarna én daarvoor plan. Dat ik een aanbod afsla, dat ik bewust even pauze neem als ik iets aan het doen ben of dat ik juist een activiteit opzoek die me energie geeft. Het heeft me best wat gekost: met vallen en opstaan, heel veel oefenen en heel veel praten in therapie, ben ik tot dit punt gekomen. Ik zou het niet meer anders willen.


  1. Audrey

    26 januari

    Herkenbaar, al ben ik nog iets meer in de fase van het echt leren voelen en vooral daar dan ook naar handelen. Dat gaat steeds beter, maar ik merk wel dat ik het nog lastig vind om mezelf een halt toe te roepen.

    • Anne

      27 januari

      Ah, dat herken ik zo goed. Bij mij gaat het ook nog niet altijd even soepel en soms worstel ik hier ook nog wel mee. Maar het wordt steeds beter, des te meer je oefent 🙂

  2. Robin

    26 januari

    Heel erg herkenbaar wat je hier beschrijft. Zelf heb ik ook een burn-out achter de rug door vooral mijn werk, en uit je tekst kan ik veel parallellen trekken naar dingen die me nog vaak bezighouden. Ik merk ook op dat ik nu in corona-tijden makkelijker herval in die oude patronen. Bovendien het wel eens uit een klein hoekje.

    Dan is opmerken belangrijk, en tijd nemen om te voelen erg belangrijk. Moedig ook dat je dit wil delen. Je bent alleszins goed bezig en ik hoop van harte dat je het zo kan volhouden!

    • Anne

      27 januari

      Dankjewel, Robin! Dat ben ik inderdaad, maar ik heb ook nog wel een lange weg te gaan denk ik 🙂 En ja, ik herken wat je zegt: nu, in deze Corona-tijden, is het makkelijk om weer in oude gewoontes te vervallen die ik al lang had afgeschreven en waarvan ik denk dat ze me niet verder helpen. Dan is het zo’n oude vijand die weer even om de hoek komt kijken, ofzo. Maar inderdaad: opmerken is dan belangrijk. En dat doe ik nu in ieder geval véél meer dan voorheen!

  3. Lydia

    26 januari

    Zo herkenbaar! Als ik iets op de planning heb staan dat mij stress geeft zorg ik dat ik ook verder niet teveel aan mijn hoofd hoef te hebben. Het enige waar ik vooral nog naartoe moet is ontdekken waar ik rustig van word en waar ik van oplaad na een stressvol moment. Je bent heel goed bezig als ik het zo lees!

    • Anne

      27 januari

      Oh, dat is een leuk iets om te ontdekken! Ik heb zelf een lijstje gemaakt (echt letterlijk: op papier) en vond dat heel waardevol. Van een ergotherapeut kreeg ik, toen ik heel erg ziek was, een keer een lijst waar ik dat ook op in kon vullen, maar dan over hele basale zaken (bijvoorbeeld douchen / aankleden, etc). Toen ontdekte ik hoe belangrijk het is om dat inzichtelijk te hebben!

Leave a reply to Lydia Click here to cancel the reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.