READING

Een dinsdagochtend, zes uur

Een dinsdagochtend, zes uur

Het is nog vroeg als de wekker gaat. Vijf voor half zes om precies te zijn. Buiten hoor ik de vogeltjes fluiten, binnen is het koud. Ik sla de deken nog iets steviger om me heen, spreek met mezelf af dat ik nog vijf minuten mag genieten van deze warmte en draai me nog eventjes om. Ik vraag me af waarom ik dacht dat dit een goed idee was, maar tegelijkertijd verbaas ik me erover hoe wakker ik al ben en hoe weinig moeite het me kost om dat te blijven.

Voorzichtig raak ik met mijn teen de koude vloer aan, loop zo snel als ik kan naar mijn kledingkast en pak de warme trui die ik alvast had klaargelegd. Naast me hoor ik de zachte ademhaling van mijn slapende vriend en even moet ik de verleiding weerstaan om weer tegen hem aan te kruipen en me op te warmen. Ik maak een staartje in mijn haar, doe mijn lenzen in en poets mijn tanden en om tien over half zes sta ik beneden. Ik geef Fendi eten, maak magere kwark met aardbeien voor mezelf en een kop koffie. Heerlijk warm. Ik besluit mijn – lelijke – hardloopschoenen aan te doen, de vaatwasser die nog uitgepakt moet worden maar even te laten voor wat het is en trek mijn winterjas aan. Tijd om te gaan: Eefje staat voor de deur.

De auto is koud. Ik draai de verwarming hoog, zet the Lumineers op en Eefje wijst me op de grote maan, daar in de verte. Even later lees ik dat het gaat om een volle supermaan: geen wonder. We parkeren bovenaan de heuvel, op de plek waar ik vaak met een rood, bezweet hoofd na het bestijgen van honderd traptreden dacht dat ik nooit meer wilde hardlopen, maar het toch deed. Als ik uit de auto stap, voel ik de kou door mijn hele lijf. Had ik maar een sjaal meegenomen. Of een muts. Of handschoenen.

We wandelen een klein stukje naar beneden en verbazen ons over het feit dat we allebei niet nagedacht hebben over wáár we de zon zullen zien opkomen. Het blijkt dat dat precies achter de bomen is, daar waar we het niet kunnen zien. Een klein beetje gedesillusioneerd lopen we verder, terwijl we ons tegelijkertijd verwonderen over hoe rustig het is (niet gek op dit tijdstip, overigens), hoe mooi het is (want: die kleuren!) en hoe verbazingwekkend fit we ons voelen voor dit tijdstip. We praten over onze levens: wat goed gaat, wat minder goed gaat. Eigenlijk alles dat altijd voorbij komt als we samen zijn.

Ineens zien we haar, links, net boven de bomen uitsteken. Het is net zo mooi als ik dacht dat het zou zijn – of misschien zelfs nog wel mooier – en het voelt alsof ons iets wonderlijks overkomt, terwijl ik me tegelijkertijd realiseer dat dit natuurlijk gewoon iedere dag gebeurt. Ik warm een beetje op, eindelijk.

De heuvels kleuren paars. Alsof het augustus is en de heide in bloei staat, maar niets is minder waar. We lopen heuvel op, heuvel af. Ik dank al die kilometers die ik hier doorheen heb weten te ploeteren, want nu gaat het me gemakkelijk af. Voor mij is deze natuur onlosmakelijk verbonden met mezelf overwinnen en steeds een beetje sterker worden, hoe zoetsappig dat misschien ook klinkt. We wandelen verder en als we linksaf slaan, horen we geritsel in de bosjes. ‘Daar, een hertje!’, fluister ik. We kijken allebei goed, verbazen ons over de grootte van het beestje en zien dat het ons een beetje achtervolgt. Het rent in rondjes om ons heen, huppelt, springt over takjes en boomstronken en gaat moeiteloos op in de rest van de omgeving.

Ik zie wat ik normaal niet zie. Waar ik geen aandacht voor heb, wanneer ik te druk ben met andere dingen of wat me gewoon niet opvalt. Misschien ook: wat eerder nog niet zichtbaar was. De heuvels die achter de weg liggen, bijvoorbeeld. Ze kleuren ineens oranje. Ik voel de koude wind langs mijn wangen gaan, hoor het geluid van de stilte en vraag me af of je zo vroeg in de ochtend, als alles en iedereen nog lijkt te slapen en verder weg voelt dan ooit, een paar extra voelsprieten hebt die ervoor zorgen dat je alles wat meer opmerkt. Misschien wel. Misschien ik wel. Ik weet het niet.

Mijn benen voelen licht, gelukkig maar, en mijn hoofd ook. Soms staan we stil om een foto te maken, adem ik even diep in en verbaas ik me over het feit dat ik alles weer zo goed kan voelen. Een paar weken geleden nog maar was dat helemaal weg. Was alles grijs, leeg en eenzaam. Op ochtenden zoals deze is dat verschil ineens heel merkbaar, alsof het contrast niet groter zou kunnen. Ik voel een soort van dankbaarheid gemengd met een heleboel trots. Trots op hoe ik mezelf door die weken heb weten te slepen, hoe ik door ben blijven gaan, beter voor mezelf ben gaan zorgen dat ik daarvoor zelfs deed en uit dat gemene, grijze dal heb weten te klimmen. Hoe ik het wist om te draaien.

Ik stop even op mijn lievelingsplek. Bij het bankje, vlakbij de grote, oude boom. Daar waar ik al minstens honderd foto’s heb gemaakt – bijna in alle seizoenen, inmiddels – met het uitzicht dat me nooit teleurstelt. We verzuchten hoe gelukkig we mogen zijn dat we hier zo dichtbij wonen, dat dit bijna onze achtertuin is en we er binnen een paar minuten kunnen zijn. We spreken uit hoe blij we zijn: zij met het feit dat ik ja zeg op haar gekke voorstellen, ik met het feit dat zij die gekke voorstellen doet. We bedenken dat we dit nog veel vaker moet doen en op welke plekken dat dan allemaal zou kunnen en dat we dan wél even moet nadenken over waar de zon opkomt.

We lopen door. Komen mensen tegen, zelfs. Ze kijken allebei een beetje nors, er kan nog net een ‘goedemorgen’ van af en dat is het dan ook. Ik heb inmiddels het gevoel dat mijn glimlach op mijn gezicht vastgeplakt zit en daar de rest van de dag zal blijven, zo fijn vind ik het om hier te zijn.

Het is inmiddels zeven uur, nog steeds maar drie graden en we hebben iets meer dan vier kilometer gewandeld. Het voelt alsof we nog maar net vertrokken zijn en het liefst zou ik er nog minstens tien kilometer achteraan plakken. Tegelijkertijd heb ik ook geleerd dat je moet weten te stoppen wanneer het genoeg is en ja, dat is nu. We zijn weer bij de auto, the Lumineers zingen verder, de verwarming draait op volle toeren en op de terugweg worden we nog beloond met een paar zwijntjes en hun jonkies op minder dan vier meter afstand en is mijn gelukzalige gevoel compleet. Wat een ochtend.


  1. Audrey

    28 april

    Wauw, wat prachtig! Vooral die laatste foto.

    Ik moet dit ook maar eens een keer doen. Misschien als we op Texel zijn in juni. Hoewel: dan zijn de dagen natuurlijk heel lang en moet ik waarschijnlijk heel vroeg op…

    • Anne

      29 april

      Dankjewel Audrey! Ik vind het écht een aanrader, maar het is inderdaad wel verstandig om het al binnenkort te doen, nu is het nog niet zo heel vroeg. Haha! Ik ben van plan om in juni ook nog een keertje te gaan, dat betekent inderdaad dan wel erg vroeg opstaan, maar ik vind het dat echt wel waard!

  2. Tineke

    28 april

    Wat mooie geschreven! En die foto`s, wauw! Ik moet dit ook eens gaan doen!
    Liefs

    • Anne

      29 april

      Dankjewel Tineke! Ja, zeker doen, het is zó mooi!

  3. Esther

    28 april

    Wat een heerlijke ochtend! En ja, verbazingwekkend he, dat dit gewoon elke dag weer gebeurd! Ik stond precies deze ochtend om 5.15 uur naast mijn bed om naar de Maan te gaan die precies om 5.33 helemaal vol was. Zat met mijn rug tegen een boom en kregen een koude kont en benen maar dat deerde niet. Ik zie dat de volgende keer dat de zon bijna opkomt als de maan helemaal vol is op 24 juli is, ik denk dat ik graag wil weten waar jij je auto geparkeerd heb 🙂

    • Anne

      29 april

      Ja, ik zag al op je Instagram dat we allebei zo vroeg op waren, haha. Dan wel met een andere reden 😉 We parkeerden op de parkeerplek bij Koepel de Kaap in Rheden 🙂 Echt een aanrader!

  4. Stella

    28 april

    Ik ben er heeeelemaal bij als ik dit zo lees; wat heb je dit fijn neergepend. En wat terecht dat je zo trots ben dat je jezelf door die lastige weken heen hebt gesleept. Ik heb daar zo veel bewondering voor, en dan weet ik zelf nog niet eens écht hoe zoiets voelt en hoe moeilijk dat vast en zeker is. Een ware inspiratie, echt waar 🙂 Ik krijg hier overigens ook helemaal zin van, om vroeg op te staan en de natuur in te gaan. Liefs!

    • Anne

      29 april

      Wat dat laatste betreft: zeker doen! Het is echt heel erg mooi en rustig en stil en genieten en alles, haha. Het was nog fijner en mooier dan ik had verwacht, zelfs. En wat dat eerste betreft: zo lief dat je dat zegt, dankjewel daarvoor.

  5. heerlijk geschreven Anne! Eén vraag: welk nummer van The Lumineers speelde? Want toen ik het las begon ik automatisch verder te lezen met Ho Hey op de achtergrond (in m’n hoofd)!

    Superleuk trouwens! Ik krijg er zelf zin van om eens goed vroeg op te staan en te gaan wandelen 🙂

    • Anne

      29 april

      Thanks Robin! Het was ‘flowers in your hair’. Ook heel mooi 😉 En ja, het was echt prachtig, ik wil iedereen ervan overtuigen het ook eens te gaan doen, haha!

  6. Saskia

    29 april

    Wat een heerlijke ochtend zeg! Ik mis zulke ochtenden wel een beetje… Maar dan op ’n skates.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.