Een bezoekje

De kamer is afgesloten met een beige gordijn. Alles in dit huis in beige. Binnen is het wel zesentwintig graden. Het liefst doe ik mijn warme trui uit. Ik denk het, Jula vraagt het: ‘mag ik mijn jurk uit?’. Een minuut later staat ze in haar shirtje en maillot. Het jurkje leg ik op een tafeltje dat naast me staat, zorgvuldig plaatsend tussen de bloemen en de kaarten. Het uitzicht over de rivier, de stapel boeken uitgestald op het tafeltje en de kaarten die in het raam staan. Er lijkt niets veranderd te zijn sinds de vorige keer dat we hier waren. Het ruikt er nog steeds naar oude mensen en ik vraag me af of dat oneerbiedig is om te denken terwijl ik het denk.

Tweeënnegentig wordt ze volgende week. Vijf jaar ouder dan mijn oma is geworden. Ze lijkt op haar en ergens ook weer helemaal niet. Mijn oma was zachter, liever. Ook een sterke vrouw, maar op een andere manier. In mijn herinnering was ze groter, sterker. Ze is kleiner geworden, lijkt zelfs een beetje fragiel. Ze vraagt mijn moeder om haar te helpen met de thee, want ‘je kunt hier nooit komen zonder iets nuttigs te doen’. Jula kijkt me aan met grote, vragende ogen. Ze wil ook helpen, dus ik stuur haar naar de keuken. Een paar minuten later komen ze weer terug: Jula met een trommel vol koekjes, mijn moeder met een dienblad met koppen thee en zij met lege handen. Ze beweegt zich langzaam, bedachtzaam voort. Ik vraag me af hoe het is om een lichaam te hebben dat al zo lang leeft. Hoe zou dat voelen?

Ze wil eerst weten hoe het met me gaat. Dat is het belangrijkste. We praten over mijn nieuwe huis, mijn – voor haar – nieuwe vriend en mijn nieuwe baan. Over dat er veel gebeurd is in mijn leven, maar de goede jaren nu zijn aangebroken. Ze vraagt mijn moeder hoe het met haar gaat, hoe het met mijn vader is en hoe het mijn broer vergaat in de voetballerij. We praten zoals je praat met iemand die je een tijdje niet gezien of gesproken hebt. Ze luistert, maar soms lijkt het alsof de woorden niet helemaal meer aankomen. Alsof ze onderweg ergens vervliegen en de meters tussen ons in niet kunnen overbruggen. Toch stelt ze de juiste vragen en knikt ze op de goede momenten. Als ze naar Jula kijkt, zie ik een glinstering in haar ogen. Daar is de toekomst.

Ik neem een slok van mijn thee. Opeens verandert het gesprek. Het gaat over vroeger. Hoe ze nooit lang op dezelfde plek heeft kunnen wonen. Hoe ze vluchtten in de oorlog, van huis naar huis moesten in de Betuwe. Ik zie het ineens voor me: zij, samen met mijn oma en hun andere zussen. Zij weet hoe mijn oma was toen ze net zo oud was als ik. Zij is de laatste die het nog weet. Er zijn wel duizend vragen die ik haar zou willen stellen over mijn oma, maar ik hou ze binnen. We laten haar vertellen, zoals dat dan gaat. Ze is bijna niet meer te stoppen,

Na anderhalf uur en een foto van haar en Jula is het tijd om te gaan. We zijn allemaal moe, schat ik zo in. Ik sta op, doe Jula’s jurkje weer bij haar aan en mijn moeder brengt de theeglazen terug naar de keuken. Ik werp nog één blik op de grote verzameling kaarten die in het raam en op de tafel staan. ‘Daar word ik zo gelukkig van,’ zegt ze als ze mijn blik onderschept. Wat een kleine moeite, bedenk ik me, en wat een grote betekenis. Ze loopt met ons mee, zwaait vanaf de trap – en lijkt wel even de koningin – en wij zwaaien terug. Dat was een goed bezoekje.


  1. Audrey

    28 januari

    Prachtig <3

  2. Angélica

    28 januari

    Heel mooi <3

  3. Irene

    29 januari

    Wauw! Mooi Anne!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.