Je kijkt in de categorie:

verhaaltjes

Voor R.

20/10/2019

De tijd ging te snel en haalde ons in. Zo voelde het, althans. Steeds zie ik het kruispunt voor me: op de hoek een juwelier, aan de andere kant een restaurant. Jouw huis naar links en dat van mij naar rechts. En steeds wil ik dat ik nog even met je mee was gelopen, nog een klein stukje. Dat die laatste knuffel niet echt de laatste zou zijn. ‘Als je hulp nodig hebt, bel me dan,’ is het laatste dat ik tegen je zei. In mijn hoofd moeten daar nog minstens twintig dingen achteraan die je vertelden hoe belangrijk je voor me was geworden. Ik zei ze niet. We zwaaiden nog even en dat was het. Op je uitvaart sprak iedereen over hoe je rode krullen dansten in de wind. Dat is ook hoe ik je wil onthouden. Hoe ze dansten toen we samen op de brug stonden. Je arm om me heen, een grote lach op je gezicht. ‘Volgend jaar staan we samen op een boot,’ zei je, terwijl we keken naar alle dansende mensen om ons heen met glitters op ons gezicht en regenbogen in ons haar. ‘Zeker weten,’ beloofde ik, niet wetend dat er nooit een volgend…

Lees verder

Als je luistert naar de wolken

12/08/2019

De camera stelt langzaam scherp – zijn contouren worden duidelijker en ik herken hem. Lang, donker. ‘Waar gaan we naartoe?’, vraagt hij. Ik antwoord dat we naar de Afsluitdijk gaan en hoor een voorzichtig lachje in mijn stem. Ik zie mijzelf: net wakker, een zwarte jurk aan. Ik poets mijn tanden en sta nog een beetje ongemakkelijk in de deuropening. Daarna pak ik de camera over en film hem terwijl hij vertelt over het strand waar we eerst naartoe gaan. Zou de camera ook kunnen vastleggen hoe ik naar hem kijk? Of blijft het een plat beeld, gewoon een kwestie van een lens en licht en technische dingen waar ik te weinig verstand van heb? We gaan verder en zitten in de auto. Ik rijd, hij filmt hoe we de stad uitrijden. Onze stad, is dat eigenlijk. Het eerste stukje is de route van mijn huis naar zijn huis en ik realiseer me hoe vaak ik daar nu heb gereden en hoe ik iedere keer in de auto zat met kriebels in mijn buik en een soort van dromen in mijn hoofd. Alsof er een muziekje wordt afgespeeld onder je gedachten, iets fijns, altijd. In het volgende beeld zitten we…

Lees verder

Als ik val door de lucht

20/06/2019

Het was één van de laatste keren dat we elkaar zagen – ik ging op vakantie en begon daarna met een nieuwe baan. Dat het één van de laatste keren was, voelden we allebei. Ik merkte dat hij wat zenuwachtig was, ik merkte dat ik wat onrustig was. Hij vroeg of ik koffie wilde en net als iedere week maakte hij hetzelfde grapje door te vragen wat ik er dan in wilde. ‘Niets’,  antwoordde ik zoals iedere week en met een grote grijns op zijn gezicht kwam hij de keuken uit lopen met een leeg koffiekopje. Zoals iedere week lachte ik om het grapje en lachte hij waarschijnlijk nog harder. Gelukkig kan je altijd terugvallen op oude gewoontes als je het nieuwe spannend en moeilijk te overzien vindt, dacht ik toen. Zijn huis zag er iedere week precies hetzelfde uit. De afstandsbediening van de televisie op de salontafel, een leeg glas waar melk in had gezeten van de lunch die middag daarnaast. De troosteloze muren die wel een likje verf konden gebruiken en de scheuren in het bankstel. De lijst met medicijnen op tafel, een pinpas ernaast en daarnaast een pen. Hij kon niet schrijven, maar er moest wel een…

Lees verder

Als ik de wereld loslaat – of de wereld mij

27/04/2019

Dagen zoals deze zorgen ervoor dat ik terugdenk aan de tijd die er toen was. De tijd dat de nachten eeuwig leken te duren en de ochtenden nooit leken te komen. De dekens zwaarder waren dan ooit en de gordijnen altijd dicht waren, maar voelden alsof ze open waren. Soms scheen de zon voorzichtig naar binnen, vaker brak ze door de stof heen en warmde de ruimte nog verder op. Die ochtenden, die zoete ochtenden. Als ze er eenmaal waren, versterkten ze alles van daarvoor. De geur van koffie die al een beetje koud begon te worden en lege wijnglazen ergens op de vloer of in de keuken. Mijn hoofd was daar niet. Bij opruimen, bij een huis, bij wonen in een stad of leven zoals dat hoort. Mijn hoofd verdween in de zwaarte van de dekens of in de warmte van de zon of in de leegte van de wijnglazen. Daar was het. Slapen leek overbodig en zo voelde het ook. De dagen moesten langer, de nachten moesten langer, maar slapen hoefde nooit. Er was altijd buiten iets dat wachtte of riep, zelfs. Ook al kon niemand het horen, ik hoorde het altijd. Het geluid van de stad overstemde…

Lees verder