Als je luistert naar de wolken

De camera stelt langzaam scherp – zijn contouren worden duidelijker en ik herken hem. Lang, donker. ‘Waar gaan we naartoe?’, vraagt hij. Ik antwoord dat we naar de Afsluitdijk gaan en hoor een voorzichtig lachje in mijn stem. Ik zie mijzelf: net wakker, een zwarte jurk aan. Ik poets mijn tanden en sta nog een beetje ongemakkelijk in de deuropening. Daarna pak ik de camera over en film hem terwijl hij vertelt over het strand waar we eerst naartoe gaan. Zou de camera ook kunnen vastleggen hoe ik naar hem kijk? Of blijft het een plat beeld, gewoon een kwestie van een lens en licht en technische dingen waar ik te weinig verstand van heb? We gaan verder en zitten in de auto. Ik rijd, hij filmt hoe we de stad uitrijden. Onze stad, is dat eigenlijk. Het eerste stukje is de route van mijn huis naar zijn huis en ik realiseer me hoe vaak ik daar nu heb gereden en hoe ik iedere keer in de auto zat met kriebels in mijn buik en een soort van dromen in mijn hoofd. Alsof er een muziekje wordt afgespeeld onder je gedachten, iets fijns, altijd.

In het volgende beeld zitten we in de auto. Hij heeft even zijn ogen dicht gedaan, ik heb twintig minuten lang nagedacht over mijn leven zoals dat is en zoals ik zou willen dat het zou zijn. Dat klinkt misschien zwaar, maar dat was het niet per se. Ik stelde me voor hoe het zou zijn om vaker samen op reis te gaan, bijvoorbeeld. Of om vaker samen in de auto te zitten voor kleine, onbenullige dingen die helemaal niet bijzonder of spannend zijn. Of ik dan nog het allerliefst mijn hand op zijn wang zou willen leggen of even door zijn krullen zou willen gaan of dat dat in de loop der tijd gewoon weer verdwijnt, zoals dingen verdwijnen. Dan zijn we op het strand. Om ons heen vraagt iedereen zich vast af waarom we zo’n grote camera bij ons hebben, maar het grote geluk is dat ik vergeet dat er nog een wereld is met mensen die ook een mening hebben als we samen zijn. Het lijkt bijna alsof we echt op vakantie zijn. Op een eiland, ergens in het zuiden, zo ontspannen en gelukkig zien we eruit. Als we teruglopen, lijkt het bijna alsof er een roze gloed over het beeld hangt.

Er zijn een paar beelden van onze kamer in de bed & breakfast. Natuurlijk ben ik vergeten dat het handig was om zoiets te hebben als je gaat monteren, maar gelukkig denkt hij er aan. Ik zet er een muziekje onder en dan verandert het beeld naar hem en mij samen, op het bed. Ik zie dat ik voorzichtig mijn arm op zijn schouder leg, alsof ik bijna niet durf. Er gebeurt iets met een snoepje, we praten over onze plannen voor de rest van de avond en ondertussen zie ik mijzelf verliefd (ik had hier eerst duizend andere woorden geschreven als bewonderend, maar verliefd is toch echt wat het is) naar hem kijken terwijl hij praat. Ik schuif steeds een beetje dichterbij. Hij ziet er mooi uit, ontspannen. Ik kan zien dat het hem ook goed doet om eventjes weg te zijn van alles en gewoon met z’n tweeën te zijn. We slapen in een oude kamer met behang dat op borsten lijkt en een lamp die aan een tepel doet denken en ondertussen ademt het precies datgene uit waar ik behoefte aan heb – rust.

We filmen even niet terwijl ik wijn en hij bier drinkt op een terrasje ergens aan een gracht in Bolsward. Het is een mooie, warme zomeravond en we eten pizza en doen spelletjes na iets teveel wijn waardoor ik niet meer weet dat je bij een spelletje ook daadwerkelijk moet opletten. Ik maak een foto van hem die voor mij precies vastlegt hoe die avond is – liefdevol. We lopen hand in hand terug en het liefst had ik duizend rondjes door het dorp gelopen om dat moment nog wat langer te laten duren, maar het begint te regenen en we lopen zo snel als we kunnen naar binnen. Terwijl het buiten heel hard regent, kom ik weer in beeld. Ik lig inmiddels op bed, een beetje rozig van de wijn. Ik vertel dat we heerlijk gegeten en gedronken hebben en dat ik me helemaal relaxed voel. Dat is ook te zien. Als hij daarna even in beeld komt, denk ik minstens tien keer  ‘jemig, wat is hij toch knap’ voordat ik luister naar wat hij eigenlijk te vertellen heeft.

De volgende ochtend zitten we weer in de auto en terwijl Spinvis zingt ‘het was lang geleden, een eeuwigheid, je fietste op de Afsluitdijk en ik weet niet wat je er nu van vindt’ zingen we allebei zachtjes met hem mee: ‘als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind..’.

 

 

10 Reacties
  • Ilona Wielinga
    Geplaatst op 09:43h, 13 augustus Beantwoorden

    Wat een heerlijk artikel. Je schrijft echt onwijs mooi!

  • Ines
    Geplaatst op 12:46h, 13 augustus Beantwoorden

    Oooh wat fijn om te lezen <3

  • Louise
    Geplaatst op 14:51h, 13 augustus Beantwoorden

    Wat leuk om te lezen en wat fijn dat jullie het op beeld hebben vastgelegd zo :) Mooie herinneringen.

  • Irene
    Geplaatst op 17:22h, 13 augustus Beantwoorden

    Oh Anne, ik krijg er zelf kriebels van in mijn buik! ♡

  • Annelies
    Geplaatst op 08:50h, 14 augustus Beantwoorden

    Wat kan jij de dingen toch mooi beschrijven!

  • LOUISE - LOUVETTE
    Geplaatst op 21:10h, 14 augustus Beantwoorden

    wauw. wat schrijf je mooi!

  • Hester
    Geplaatst op 15:55h, 16 augustus Beantwoorden

    Ah wauw, mooi dit. Om te lezen en ook om zelf te schrijven en terug te lezen, lijkt me.

  • nina
    Geplaatst op 16:55h, 16 augustus Beantwoorden

    <3 <3 <3

  • Amanda
    Geplaatst op 23:20h, 21 augustus Beantwoorden

    Wow, prachtig geschreven. En mijn lievelingsnummer van Spinvis :)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.