Ik leef nog, hoor

20/04/2017

Ik zou wel willen schrijven – of in ieder geval schrijven en dat ik het dan terug kan lezen en dat het dan mooi klinkt in mijn hoofd, maar op de een of andere manier vindt mijn hoofd niet meer zoveel mooi tegenwoordig.

Of misschien niet zoveel meer van wat ik zelf doe.

De afgelopen weken staarde ik minstens twintig keer naar een leeg scherm. Ik begon te schrijven en haalde alles weer weg. Ik maakte plannen om te veranderen of om iets anders te doen of om iets nieuws te leren of om iets ouds af te leren, maar deed uiteindelijk veel te weinig. En zat maar een beetje stil. Er is weinig om over te schrijven als je dat doet, eigenlijk. Ondertussen deed ik ook wel veel¬†andere dingen. Ik zag Spinvis twee keer en een van die keren was zo’n avond waarop je vergeet dat er ook nog een wereld is. En oja, ik zat ook nog in een grote concertzaal en keek naar een hele grote man die speelde op een piano die ineens heel klein leek. Ik kon alleen maar luisteren en me afvragen hoe het kon dat iemand anders nu speelde wat ik eigenlijk voelde. Met mijn moeder was ik een paar dagen in Engeland. Ik kocht er een jurkje met dinosaurussen erop en kan me bijna niet meer voorstellen hoe ik ooit zonder heb gekund. Met de vrouw was ik een paar dagen in Boedapest en daar was het lente en scheen de zon eindelijk weer. De wekker leek steeds eerder te gaan, ik dronk koffie in plaats van cappuccino’s en af en toe misschien iets teveel alcohol. In mijn hoofd gebeurde vanalles en tegelijkertijd ook niets. Ik at teveel sushi, maar de weegschaal vond dat het allemaal wel meeviel en ik was minstens tien keer boos op mijzelf omdat ik had moeten sporten, maar het niet deed. Ik wilde weer beginnen met mediteren maar kwam niet verder dan het installeren van de app op mijn telefoon. Ik zei dingen die ik misschien niet had moeten zeggen, deed dingen die ik misschien niet had moeten doen en van de dingen die ik juist wel wilde, deed ik helemaal niets.

Ik luisterde heel veel muziek en kon niet meer ophouden met sommige liedjes luisteren. Voor alles kwam een keuze: zwart of wit en geen grijs meer. Fijn of niet fijn. Mooi of niet mooi. Zo was er een fijne dag aan zee die niet fijner kon omdat alles leek te zijn zoals het had moeten zijn. De zon en de vrouw en de baby en rust en ruimte en de geur van de zee. En de maandag daarna was killer en grijzer dan de maandagen normaal zijn. In mijn hoofd probeerde ik het mooie vast te houden, op te slaan. Te bewaren voor later gebruik, als het nodig zou zijn. Maar uiteindelijk verdwijnt het, vervaagt het. En alles wat voelde zoals het had moeten zijn, werd alleen nog maar een vaag gevoel van eerder en was nooit de bedoeling geweest. Ik wil dat het echt weer lente wordt. Ik wil zo’n voorzichtig zonnetje en dan uiteindelijk een beetje verbranden en blote benen en het gevoel dat alles verandert en lichter en gemakkelijker wordt. Ik wil rennen in de avond en dat het al een beetje ruikt naar zomer. Zonder jas naar buiten. Zonnebril vergeten en hoofdpijn omdat je met je ogen dichtgeknepen naar buiten gaat. Zachte folkmuziek op de achtergrond terwijl je buiten eet. En dat alles weer iets mooier is. Gewoon. Een beetje maar.

You Might Also Like

4 reacties

  • Reageer Anna Maria 20/04/2017 at 20:53

    Heel mooi geschreven en soms isbde stilte niet erg. Het laat je jezelf ook weer vinden.

  • Reageer Geertruurzaam 21/04/2017 at 07:39

    *Hartje* voor jou!

  • Reageer Marieke 21/04/2017 at 20:29

    Mooi geschreven, Anne! Dat klinken als mooie dagen. Met soms stomme dingen tussendoor. Herkenbaar ;)

  • Reageer Michelle 22/04/2017 at 12:30

    Prachtig geschreven. Hoe jij gedachtes om kunt zetten in schrijfsels vind ik zo mooi. Ik volgde je blog een hele tijd geleden, was je even kwijt, maar heb je blog weer gevonden dankzij jou (je liet een keer een reactie achter bij mij ;)) Hopelijk schrijf je nog meer van dit soort schrijfsels in de toekomst.

  • Laat een reactie achter