Het komt wel goed, hoor

Zolang je blijft lopen. Soms met muziek of iemand die iets vertelt in je oren, soms in stilte – met het geluid van het bos, het geluid van het park. Soms alleen, soms met een ander. Soms aan het praten en soms vooral niet. Soms met een vastgehouden hand en soms gewoon los, zelf. Wanneer je adem weer van jou wordt, de lucht steeds kouder en je wangen steeds roder. Je de weg een beetje kwijtraakt, je de weg eigenlijk niet wil vinden of het nooit de bedoeling was om je vast te houden aan iets. Wanneer de paden op elkaar lijken, je de bomen al gezien hebt. Je voeten soms wat glijden omdat de bladeren alles glad maken, je voeten soms niet willen omdat je al veel te lang aan het lopen bent, je voeten maar gewoon doorgaan. Met lopen, met verder gaan. Wanneer je even stopt om te kijken. Diep in ademen, wat zachter weer uit. Wanneer buiten binnen komt, wanneer alles verder weg lijkt en eigenlijk dichterbij. Soms is het stil, soms is het druk. En daar staan ze, dan. Vijf vrouwen in een roze hardloopoutfit – en soms denk je ‘dat had ik ook moeten doen’ en soms is het gewoon goed. Goed zoals het is. Zolang je maar loopt, zolang je maar voelt, zolang je maar af en toe even ophoudt met denken. Soms naar beneden, soms naar boven, soms in de ogen van een ander. Soms een geluidje, een voorzichtig ‘hallo’ en soms vooral niet. Schreeuwende kinderen, spelende kinderen, gezinnen. En even stoppen met denken en beginnen met voelen en weten wat er was en wat er nu ineens is. Een bankje met druppels en het volgende bankje ook. En moet je dan zitten? Loop je dan door? Maakt het iets uit? Is het koud, is het warm, wil je lichaam even rusten? Willen je ogen even kijken? En daar is een hond en hij komt dichterbij. En hij ruikt vast je angst en hij komt naar je toe. Maar als je doet alsof je niet bang bent, gelooft hij het dan? Voelt hij het dan niet? Of voelt hij dat het nep is? Blijf je dan ademen of stop je even? Loop je weg, draai je je om? Kies je het andere pad als dat nog kan? Als je maar loopt, maakt niet uit waar naar toe.

En halverwege dan even op de klok kijken, waar ben je ook alweer, wat doe je ook alweer, wie ben je eigenlijk? Moet je altijd maar lopen of mag je soms gewoon kijken? Maak je een foto of doe je het niet en als je het niet doet, was het er dan wel echt? Moet je er naar kijken om te weten dat het er was? Maar als je blijft lopen, dan zie je het niet. Het grote rode blad dat precies voor je op de grond ligt, waar nog niemand op stapte, net vers gevallen en herfster dan ooit. En dat is geen woord, maar als het herfst is mag alles, als het herfst is ga je naar buiten. En je loopt gewoon door. Totdat het koud is, totdat je thee wil, totdat je voeten vinden dat je zou moeten stoppen. Totdat de muziek gestopt is of niet meer past bij wat je doet. Totdat de woorden ineens leeg lijken, nergens over gaan en niets er eigenlijk toe doet. En ineens ben je weer in de stad, onderweg naar huis, met het bos in je hart en het park in je voeten en soms lijkt het dan anders, voelt het dan anders. En doe je je best om het vaster te houden dan ooit.

2 Reactie's
  • Irene
    Geplaatst op 06:28h, 28 november Beantwoorden

    Ik zou graag een diepzinnige comment bedenken maar daar ben ik denk ik niet zo goed in duuuuus wauw! Jij hebt echt het talent om dingen zo mooi te omschrijven! Ik voel het helemaal.

  • nina || ninamaakt
    Geplaatst op 13:11h, 29 november Beantwoorden

    Ooh ja Anne, het is weer zo mooi.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.