Daar

15/05/2017

Waar ooit de supermarkt was en nu de snackbar is waar hij met haar op maandag altijd een patatje oorlog eet. Roze letters, grijze achtergrond. Waar niets veranderd lijkt te zijn, behalve als je heel goed kijkt. Waar de tijd stil lijkt te staan en toch ook te snel kan gaan en dat we over twintig jaar terugdenken aan toen we daar waren. En hoe we daar waren. Waar alles mooier is als de zon schijnt en de mensen iets minder grimmig kijken als er licht is. Of minder grimmig lijken, misschien. Waar altijd iets gesloopt wordt en waar altijd weer iets nieuws komt, want er moet altijd iets zijn dat niet is wat het was. Waar minstens honderdduizend van mijn stappen liggen, op de stoep, in het park, over de straat en weer terug. Verhalen over ramen die ooit verkleurden en deuren met geheimen en hoe we alles willen weten en alles willen vinden. Waar we nooit weten wanneer je stopt met zoeken als je precies datgene vond wat je nooit wilde vinden – maar eigenlijk ook wel.

Waar zij altijd staat met een krant in haar hand – maar nu dus aan de overkant – en de kapper nog steeds zoekt en zoekt naar zijn vrouw. Zijn verloren vrouw en niemand wil hem helpen, en hij blijft alleen maar knippen en hopen dat ze terugkomt. Maar wanneer stop je nou met zoeken? En dan kom ik ze weer tegen, hand in hand door de straat, samen uit eten op een maandagavond bij roze letters tegen een grijze achtergrond. En niets is treuriger en niets is mooier als het altijd zo kan zijn en dat het dan genoeg is. Maar wanneer ga je dan weer zoeken? Als de gevels zijn veranderd of als het allemaal gesloopt is en er iets nieuws is dat anders is, maar ook precies hetzelfde? Als er een vrachtwagen stopt wanneer je de foto maakt? Wanneer je vast wil leggen wat is veranderd, is het dan wel anders geworden? Of is het altijd nog wat het was omdat je niet kunt laten zien dat het anders is?

Waar de dagen soms zo lang duren en de avonden altijd te kort. Waar huizen zijn met mensen die dromen over alles waar ze geen grip op hebben. Waar huizen zijn met mensen die zijn opgehouden met dromen. Waar huizen zijn met mensen die nooit leerden om te dromen. Het geluid van spelende kinderen, het geluid van een te harde radio en de oude vrouw die altijd maar uit het raam kijkt, wachtend op een nieuwe wereld. Waar de kapper nog altijd uit het raam kijkt, wachtend op zijn vrouw. Waar zij op maandagavond naar elkaar kijken, wachtend op geluk. Waar ik nog altijd wacht. Nog altijd zoek. En als de foto’s vaag zijn, gebeurde het dan niet echt? En als de foto’s niet ontwikkeld zijn, mochten ze er dan niet zijn? Worden ze vergeten, weet niemand hoe ze waren? En als ze er niet zijn, is het dan niet veranderd? Is het nog zoals het was, ergens in de lente op een zaterdag in de zon? Blijft het dan altijd lente? Of kunnen we het voor altijd lente laten zijn omdat de foto’s zo vaag zijn, de mensen zo vrolijk, de vrouw met de krant in haar handen zo lief lacht en er bloesem is? En ook al is het er niet, ook al zien we het niet, kunnen we het vasthouden of anders doen alsof?

You Might Also Like

3 reacties

  • Reageer Irene 15/05/2017 at 20:56

    ❤ ❤ ❤

  • Reageer Anna Maria 16/05/2017 at 04:36

    Wouw zo mooi geschreven

  • Reageer Danique 16/05/2017 at 16:23

    Prachtig geschreven!

  • Laat een reactie achter