Zolang je blijft lopen. Soms met muziek of iemand die iets vertelt in je oren, soms in stilte - met het geluid van het bos, het geluid van het park. Soms alleen, soms met een ander. Soms aan het praten en soms vooral niet. Soms met een vastgehouden hand en soms gewoon los, zelf. Wanneer je adem weer van jou wordt, de lucht steeds kouder en je wangen steeds roder. Je de weg een beetje kwijtraakt, je de weg eigenlijk...