Zolang je blijft lopen. Soms met muziek of iemand die iets vertelt in je oren, soms in stilte – met het geluid van het bos, het geluid van het park. Soms alleen, soms met een ander. Soms aan het praten en soms vooral niet. Soms met een vastgehouden hand en soms gewoon los, zelf. Wanneer je adem weer van jou wordt, de lucht steeds kouder en je wangen steeds roder. Je de weg een beetje kwijtraakt, je de weg eigenlijk...

Hoe je kleine handen mijn wangen vastpakken als je me een kus geeft – altijd met iets teveel vocht en altijd een beetje mis. Hoe je soms al minstens drie seconden lang je lippen hebt getuit om een kus te ontvangen. Hoe je dat soms vooral niet wil. Je hoofd alle kanten op draait, je hand zachtjes tegen mijn neus duwt en ik weet dat ik je even moet laten. Hoe je voorhoofd voelt als ik je kus voor het...

Ik woon sinds maart in Arnhem. Het huis voelde meteen als thuis, zonder dat je dat in woorden kan vangen. Ik moest er zijn, op dat moment. En nergens anders. Er was te weinig tijd voor alles dat praktisch is – lampen ophangen, gordijnen regelen. Maar alles was al goed, dus dat kwam later wel. Nu is het november en hangen die lampen nog steeds niet. Staan onze schoenen nog steeds verspreid over de gang en vervloek ik mezelf als...